De komende jaren moet er op de Utrechtse Heuvelrug onder de noemer ‘Hart van de Heuvelrug’ iets moois ontstaan. Een aaneengesloten natuurgebied waar dieren zonder barrières enorme afstanden kunnen overbruggen. Maar ook een uitgestrekt gebied waar plaats is om te wonen, te werken en te recreëren. Het is een project waar zeventien partijen bij betrokken zijn, en dat maakt de uiteindelijke realisatie er niet eenvoudiger op. ‘Het is voor iedereen balanceren op het slappe koord maar als we het eindbeeld in oog blijven houden gaat het vast lukken’, zegt Jan Ekkers, Utrecht-gedeputeerde ruimtelijke ontwikkeling.



Locatie: spottershill aan de rand van de vliegbasis Soesterberg. Deze plek geeft niet alleen een fantastisch uitzicht op de drie kilometer lange start- en landingsbaan van de militaire basis, maar ook op een uitgestrekt groengebied en de contouren van de stad Utrecht.
‘Hier is ook de enorme omvang van het militaire terrein goed te zien’, zegt Marco Glastra, directeur van de Stichting Het Utrechts Landschap. De vliegbasis verdwijnt volgend jaar.

Hoewel een klein deel van het forse complex nog door defensie in gebruik blijft, verliest het voor het grootste deel zijn militaire functie. ‘De sluiting van de vliegbasis biedt een geweldige kans om de natuur van de Heuvelrug te versterken’, benadrukt Glastra, ‘en geeft daarmee het programma Hart van de Heuvelrug een flinke impuls.’

Het enthousiasme van Glastra is niet verwonderlijk. Het project ‘Hart van de Heuvel rug’ komt immers ook uit de koker van de Stichting Het Utrechts Landschap. In 2001 introduceerde deze het plan om de natuur op de Heuvelrug flink te versterken. Dat is noodzakelijk, omdat – ondanks het feit dat de Utrechtse Heuvelrug na de Veluwe het grootste aaneengesloten bosgebied in ons land is – de natuur hier behoorlijk versnipperd is.
Glastra: ‘Het gebied valt feitelijk in diverse stukken uiteen. Enerzijds door bijvoorbeeld de snel wegen A27 en A28 en de defensie - terreinen, maar ook door de aanwezigheid van zorg instellingen.’

Geschiedenis van de Heuvelrug
De Heuvelrug is 150.000 jaar geleden ontstaan door oprukkend landijs. Dit duwde enorme hoeveelheden zand en grind voor zich uit. Als het ijs zich terugtrekt, blijft een stuwwal achter. Zo ontstaat de Utrechtse Heuvelrug. Door veranderende klimatologische omstandigheden, vormt zich een aaneengesloten bos, omgeven door water, moeras en veen.
Op de Heuvelrug vertoeven dan edelherten en wilde zwijnen. Van 1000 tot 1800 verdwijnen de bomen door kap en overbegrazing, resulterend in een open landschap met heide velden en stuifzand. Vanaf 1800 wordt de heide gedeeltelijk ontgonnen en vindt op grote schaal herbebossing plaats.

Inwonersaantal
Er wonen 300.000 mensen binnen het gebied.

Gemeenten
Het project bestaat uit de gemeenten Zeist, Leusden, Amersfoort en De Bilt.

Toeristen
Toeristen geven op de Heuvelrug jaarlijks €3.569,- per hectare uit

Het plan van de Stichting Het Utrechts Landschap, die ongeveer drieduizend hectare grond op de Heuvelrug in bezit heeft, voorzag in een forse natuurontwikkeling door het uitruilen van rood tegen groen en omgekeerd.

‘Ecoducten moeten verder de infrastructurele barrieres slechten’

Zo kunnen door de zorgcomplexen en defensieterreinen te saneren tussen de gemeenten groene verbindingszones en aaneengesloten natuurgebieden van het Gooi tot aan de Grebbe berg ontstaan. Ecoducten moeten verder de infrastructurele barrières slechten.
Tegelijkertijd komt er ruimte voor nieuwe woningbouw en andere rode functies aan de randen van de gemeenten of op open terreinen in bestaand stedelijk gebied. Overigens mag er niet meer worden gebouwd dan dat er natuur bijkomt.

Zie hier dus in een notendop ‘Hart van de Heuvelrug’. ‘Door groene en rode projecten aan elkaar te koppelen, kun je kosten en opbrengsten met elkaar verevenen. Dat systeem hebben wij het schaakbordmodel genoemd. Het gebied moet dan ook als één groot schaakbord worden gezien’, aldus Glastra.

Ontwikkelingsplanologie

Sinds de planintroductie is er een hoop gebeurd. Zo heeft de provincie Utrecht het initiatief overgenomen en heeft het plan de voorbeeldstatus ontwikkelingsplanologie in de wacht gesleept. Ook ligt er inmiddels een gebiedsvisie waarin een groot aantal rode en groene clusters zijn benoemd. De kern van deze projecten is dat op de ene locatie plaats wordt gemaakt voor natuur en dat de andere locatie vervolgens vrijvalt voor woon- of bedrijvenontwikkelingen.

Bij dit scala aan projecten geldt als randvoorwaarde dat het aantoonbaar en herkenbaar bijdraagt aan het realiseren van de gezamenlijke visie op de Utrechtse Heuvelrug. Ten slotte is vorig jaar een raamovereenkomst tussen alle betrokken partijen ondertekend. En dat zijn er nogal wat.

In totaal gaat het om zeventien partijen die zijn verenigd in een bestuurlijk platform. Het gaat om drie ministeries (VROM, LNV en Defensie), domeinen (Ministerie van Financiën), vijf gemeenten (Zeist, Soest, Amersfoort, Leusden en De Bilt), de provincie Utrecht, Prorail, de Kamer van Koophandel, de Stichting Utrechts Landschap en de Vereniging van Gehandicaptenzorg. Jan Ekkers, de Utrechtse gedeputeerde van ruimtelijke ontwikkeling, erkent dat veel partijen zitting hebben in het platform. ‘Tegelijkertijd’, voegt hij daar in één adem aan toe, ‘is bestuurlijk draagvlak essentieel voor het slagen van het project.’

Regisseur

In het gehele proces ziet Ekkers de rol van de provincie als die van een regisseur. ‘De provincie is de vaandeldrager van het project. Dat is overigens iets anders dan de baas spelen. Wij moeten enthousiasmeren en ervoor zorgen dat alle partijen straks in de uitvoering iets van hun gading vinden. Dat betekent dus ook: oog hebben voor de verschillende belangen.’

Daarmee heeft Ekkers geen woord te veel gezegd. Immers, de verschillende belangen zijn groot. Want ook al zijn de partijen aan de bestuurstafel het met elkaar eens over de grote lijnen van ‘Hart van de Heuvelrug’, zij hebben ook nog te maken met hun achterban.

Zo stuitte bijvoorbeeld het besluit van de gemeente Soest over de aanleg van een ecoduct over de Amersfoortse Straatweg op fors verzet van de bevolking. Voor de voorziening moet een saunacomplex wijken waar veel geld mee gemoeid is. Te veel geld, aldus een actiegroep die zich verenigde in het comité Gebukt onder het Ecoduct.

Het verzet leidde begin dit jaar zelfs tot een referendum, maar er waren net niet genoeg tegenstemmers om het raadbesluit voor het ecoduct van tafel te krijgen.
Er is echter meer verzet. Zo ziet bijvoorbeeld een aantal bewoners in Zeist bebouwing van het sanatoriumterrein niet zitten en laten omwonenden van de vliegbasis Soesterberg weten tegen sluiting te zijn. Saillant detail hierbij is dat dezelfde mensen nog niet zo lang geleden bezwaar maakten tegen de geluids overlast van de vliegbasis.

Spanningsveld

Ekkers: ‘Het geeft het spanningsveld weer waarbinnen alle betrokken partijen moeten opereren. Het gaat om goede communicatie. Om het voorbeeld van het ecoduct aan te halen, toen ik dat voor het eerst hoorde, dacht ik ook: “Hoe halen ze het in hun hoofd”. Maar als dat in een bredere context wordt geplaatst, wordt duidelijk dat die plek feitelijk de enige logische locatie is. Goed uitleggen en communiceren met de bewoners is echt cruciaal.’

‘De weg die nu is ingeslagen, leidt per saldo tot meer groen’

Dat vindt Glastra ook. Als beschermer van het groen wordt door zijn achterban niet altijd begrepen dat Het Utrechts Landschap instemt met rode ontwikkelingen. ‘Uiteindelijk wordt vaak van ons verwacht dat wij voor iedere boom gaan liggen. Het is onze taak uit te leggen dat het restrictieve beleid zoals dat altijd is gevoerd, geleid heeft tot een patstelling tussen rood en groen. En die patstelling is niet goed voor de natuur. De weg die nu is ingeslagen, leidt per saldo tot meer groen. Maar ik geef toe, dat blijkt geen makkelijke boodschap. Over het totale plan is iedereen wel tevreden, omdat men ook wel ziet dat de kwaliteit van de Heuvelrug er in totaliteit op vooruit gaat. Alleen als de plannen per cluster worden uitgewerkt, kan dit op locatieniveau anders uitpakken en dan komt men daartegen in verzet.’

Uitvoering

Inmiddels zijn diverse plannen in clusters in beeld gebracht. Met andere woorden: het schaken, oftewel het uitruilen van gronden, kan straks beginnen. ‘We moeten nu gaan nadenken over de uitvoeringsorganisatie. De fase van ideevorming komt tot een einde en dan gaat het erom dat we concrete en sluitende plannen kunnen maken.’

Dat is volgens Ekkers dan ook het moment dat er private partijen aan de tafel plaats moeten gaan nemen. In de visie van Walter de Boer, regiodirecteur Bouwfonds MAB Ontwikkeling Midden-Oost, komt dat moment geen dag te vroeg. ‘Wij als private partij hebben tot nu toe aan de zijlijn gestaan. Het is belangrijk dat wij zo snel mogelijk expertise kunnen inbrengen ten behoeve van de verdere planvorming. Uiteindelijk gaat het erom dat de financiering van de natuurontwikkeling door rood moet worden opgebracht. En dat is geen eenvoudige klus.’
De Boer kan zich in grote lijnen vinden in de door het platform gekozen strategie. ‘Ik vind het een goede zaak dat voor clustering van plannen gekozen is. Dergelijke clusters, enveloppen, creëren overzicht én stuurbaarheid in financiële zin.’

Er klinkt echter duidelijk enige terughoudendheid in De Boers stem. ‘Het is wel zo’, erkent hij, ‘dat er getoetst moet worden of die enveloppen wel zodanig zijn vormgegeven of gepro grammeerd, dat de verwachte opbrengsten ook daadwerkelijk kunnen worden gerealiseerd. Uiteraard binnen de daarvoor gestelde looptijden.’

Deze kanttekening wordt trouwens eveneens door Glastra naar voren gebracht. ‘De verdiencapaciteit binnen de clusters’, zegt Glastra, ‘is de achilleshiel van het totale project. Er moet dusdanig verdiend worden om de balans goed te houden. Deze verdiencapaciteit wordt in belangrijke mate bepaald door de opstelling van de overheden: hoe ga je bijvoorbeeld om met de boekwaarde van de zorginstellingen en de prijzen van de grond.’

Realisatievermogen

Volgens De Boer is het alleen daarom al zaak heel realistisch te programmeren wat betreft groen en de diversiteit aan rode functies. ‘Planning is een essentiële voorwaarde voor wat betreft renteverloop in de diverse clusterexploitaties en de te verwachten financiële verevening hierbinnen.

Bijvoorbeeld: als blijkt dat de saneringskosten van het vliegveld veel hoger zijn dan verwacht, of dat in de bestemmings planprocedures planonderdelen ter discussie komen te staan, voor wie is dan dit risico? Hierover moet je van tevoren afspraken maken. Om een ander concreet voorbeeld te geven: in de clusters aan de randen van een bedrijventerrein wordt een rand woonbebouwing getekend. Nog los van de vraag of dat bestemmingsplantechnisch allemaal kan, zal het duidelijk zijn dat je daar geen aantrekkelijk woonmilieu kunt realiseren. Die woningen moeten wél de ontmanteling van defensiegebouwen, de komst van een militair museum én natuur ontwikkeling bekostigen.’

Er moeten volgens De Boer vooral plannen met realisatie vermogen worden gemaakt. ‘En daarmee bedoel ik ook plannen waarvan de financiële output voldoende gewaarborgd is.’

Tevreden

‘Er ligt nu een bikkelharde koppeling tussen groen en rood’

Ondanks deze kanttekeningen gaat niemand bij de pakken neer zitten. ‘Zeker niet’, benadrukt Glastra, ‘het is ontzettend makkelijk om het bijltje erbij neer te gooien. Maar ik ben best tevreden over wat er tot op heden allemaal in gang is gezet. Er ligt nu een bikkelharde koppeling tussen groen en rood en die is stevig verankerd in het streekplan. En er worden ecoducten gebouwd. We moeten nu door zetten.’

Ook Ekkers noemt het nog steeds een ‘fantastisch project’. ‘Het is een winst voor de natuur, winst voor zorginstellingen en winst voor gemeenten die woningen kunnen bouwen.’


 

 

Thema: Proces, Landelijk gebied, Groen, Beleid
Uit NAW #21 - zomer 2006 - pagina 42-48
Auteur Hans Ouwerkerk
Beeld Maarten van de Velde