Friso de Zeeuw, directeur Nieuwe Markten van Bouwfonds MAB, heeft niets met marmer en al helemaal niets met engelen. Toch koos hij de titel ‘De engel uit het marmer’ voor zijn intreerede op 20 juni 2007 als Praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de TU Delft. Met zijn rede maakt Friso de Zeeuw de balans op van vijftien jaar gebiedsontwikkeling in Nederland en werpt een blik vooruit. Daarbij legt hij de nadruk op de rol en samenspel van overheden en marktpartijen. ‘Er valt nog een wereld te winnen.’

‘De Engel uit het marmer.’ De titel verwijst naar de beroemde uitspraak van Michelangelo: ‘Ik zag een engel in het marmer en houwde net zolang tot hij vrij kwam.’ Michelangelo doelde hier op het creatieve moment, de inspiratie, het idee, en het daarbij behorende geploeter om tot het beoogde resultaat te komen. Volgens Friso de Zeeuw geeft deze uitspraak precies de kern weer waar het bij gebieds ontwikkeling om gaat: de ingreep in de omgeving, die tot een verbetering, tot iets moois moet leiden.
‘In de periode 1985-1995 trok de overheid zich financieel en qua sturingsambitie gedeeltelijk terug, terwijl de marktpartijen juist een omgekeerde beweging maakten. Een deel van de projectontwikkelaars evalueerde naar gebiedsontwikkelaar en het innemen van grondposities paste daarin. Evenals het maken van concepten, steden bouwkundige plannen en marktgerichte programma’s. Hiermee verschoven zeggen schap, financiële investeringen en de daarbij behorende risico’s richting markt’, aldus De Zeeuw.
Diffuus
Dit betekent volgens hem echter niet dat de verhouding tussen de markt en de overheid bij gebiedsontwikkeling is uitgekristalliseerd. Sterker nog, de ‘regierol’ van de overheid is te diffuus en inhoudelijk niet uitgediept. De Zeeuw: ‘De verbale sturingspretentie van de overheid staat vaak op gespannen voet met de mogelijkheden van de realiteit.
Ik doe een voor stel tot precisering, gericht op de inhoudelijke regierol. Het moet gaan om een flexibel programma, stedenbouwkundige randvoor waarden, beeldkwaliteit, openbare ruimte en de financiële kaders. Naast de verhouding met de markt blijkt ook communicatie met de omgeving cruciaal: onvoldoende communi catie betekent onverbiddelijk het einde aan gebiedsontwikkeling.’
Verder noemt De Zeeuw regeldichtheid, dualisme, onduidelijkheid over de toepassing van aanbestedingsregels, maar ook het gemis aan assertiviteit bij de marktpartijen, alsmede het gebrek aan transparantie en een goede reputatie. Belangrijke factoren die invloed hebben op de samenwerking tussen overheden en marktpartijen. ‘De komende periode zal naar verwachting een schifting te zien geven in marktpartijen die echt evolueren naar gebiedsontwikkelaar. Nu zeggen ze er allemaal aan te doen. Mijn voorzichtige prognose is, dat het traditionele samenwerkingsmodel aan belang inboet, de pps zich handhaaft en dat het consessiemodel terrein wint’, aldus De Zeeuw.
Drie typen gebiedsontwikkeling
In zijn rede belicht De Zeeuw drie soorten gebiedsontwikkeling en de mogelijkheden die zij ons bieden.
‘Het proces van gebiedsontwikkeling verloopt op het oog vaak chaotisch'
1 Stadsreparaties
Ten eerste de ‘stadsreparaties’, oftewel de binnen stedelijke (centrum) projecten, waarbij veel ervaring is opgedaan. ‘In de afgelopen vijftien jaar is een groot aantal projecten succes vol uitgevoerd. Deze rijke ervaring staat ter beschikking voor andere typen gebiedsopgaven. Voor de stads reparaties zelf gaat het erom in de komende periode de verworvenheden in termen van kennis, werk wijze en kapitaalinzet te blijven mobiliseren.’ Het resultaat van tien jaar ‘rood-voor-groen projecten’ is in zijn visie echter treurig.
‘Onderling verdeelde overheden, weinig professioneel opdrachtgeverschap en lastige grondverwerving liggen hieraan ten grondslag. Dit terwijl – door de vraag naar groen wonen – de regionaal verzwakte positie van de landbouw gebieden hier baat bij kan hebben.’

2 Wijkaanpak
Daarnaast ziet De Zeeuw veel in de herstructureringsopgaven, ofwel de ‘wijkaanpak’. Deze aanpak vraagt aandacht voor het vraagprofiel van de zowel autochtone als alloch tone midden klasse in deze wijken en impliceert daarmee pittige sloop- en nieuw bouw programma’s. ‘De actieve deelname van commerciële partijen in dit klassieke corpo ratiedomein kan proces en product positief beïnvloeden’, luidt de door De Zeeuw nog nader te onderzoeken hypothese.
‘Conceptueel ontwikkelen is zelfs uitgegroeid tot een Nederlands exportproduct'
3 Meerwaardecreatie
Vervolgens gaat De Zeeuw in zijn intreerede in op meerwaardecreatie als kernelement in het wordingsproces van gebiedsontwikkeling. Hij onderscheidt daarin drie methodes die wisselend succes hebben geboekt.
•‘Het concept functioneert steeds meer als startpunt en drager van gebiedsontwikkeling. Marktpartijen hebben hun professionaliteit en hun invloed op dit front het afgelopen decen nium versterkt.
Conceptueel ontwikkelen is zelfs uitgegroeid tot een Nederlands export product. Het concept dient als bindmiddel tussen de partijen die bij de gebiedsontwikkeling betrokken zijn, alsmede een communicatiemiddel’, stelt hij vast.
•De tweede methode die De Zeeuw voorstelt is om de aanwezige kloof tussen ontwerpers en voorkeuren van eindgebruikers te vervangen door een dialoog. ‘De invalshoek steden bouwkundige en architectonische kwaliteit levert een discussiethema op als we de voorkeuren van het brede publiek en de markt plaatsen tegenover die van de vakwereld van ontwerpers en beslissers binnen de overheid. De gezonde spanning tussen beide verbreedt zich te vaak tot een kloof en breekt een vruchtbare dialoog. Ik pleit juist voor die dialoog.’
‘Het resultaat van tien jaar ‘rood-voor-groen projecten' is treurig'
•Tot slot behandelt hij het steeds populairder wordende ‘leefstijl denken’. ‘De leefstijlbenadering en de daarmee verbonden vorming van communities hebben in korte tijd furore gemaakt. De pretentie is een fundamentele vernieuwing in woon- en leefvoorkeuren die inspeelt op maatschappelijke veranderingen. Levert deze onderzoeksmethode daadwerkelijk een meer waarde? Mijn bevindingen duiden daar nu nog niet op’, verklaart De Zeeuw.
|
Sinds augustus 2006 is Friso de Zeeuw, directeur Nieuwe Markten van Bouwfonds MAB Ontwikkeling, aangesteld als parttime praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de TU Delft. De Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling (SKG) ondersteunt de leer stoel. Het ministerie VROM en ontwikkelende marktpartijen hebben deze stichting in het leven geroepen en financieren de leerstoel. Het is gebrui kelijk dat nieuwe professoren hun inaugurele rede enige tijd na de datum van indiensttreding houden. Zij kunnen dan weloverwogen hun visie op het vakgebied geven. Op 20 juni 2007 was het zover. In de grote aula van de TU Delft hadden zich zo’n 400 gasten verzameld om het verhaal van De Zeeuw aan te horen. Hij illustreerde zijn uiteenzetting met enkele filmfragmenten en met gebiedsontwikkelingsprojecten die met Google Earth beelden bijna letterlijk worden aangevlogen. De intreerede is een academische plechtigheid met veel protocollaire voorschriften. Zo schrijden bij aanvang de rector magnificus en de aanwezige hoogleraren in toga de aula binnen onder aanvoering van de pedel met staf. Toch wist De Zeeuw later een kleine innovatie in het protocol te bewerkstelligen. Het Meezingkoor Waterland uit zijn woonplaats Monnickendam kreeg bij de receptie, na afloop van de rede, gelegenheid om onder accordeonbegeleiding een vrolijk lied met aangepaste tekst ten gehore te brengen. |
Chaotisch
Het proces van gebiedsontwikkeling verloopt volgens de praktijkhoogleraar op het oog vaak chaotisch. Zo vallen belangrijke besluiten vaak juist niet op de daarvoor aangewezen officiële beslismomenten. De juiste personen op de juiste functies plaatsen, is volgens hem echter broodnodig om hier een eind aan te maken:
‘Mensen op sleutelposities blijken cruciaal voor het welslagen van gebiedsontwikkeling, zowel bij de overheid, marktpartijen, invloedrijke maatschappelijke organisaties als externe adviseurs. Zij die inhoud en proces met elkaar verbinden en ook op andere fronten de juiste verbindingen weten te leggen, gaan de wed strijd de komen de jaren winnen. Zij zijn in staat om de engel uit het marmer te bevrijden.’
De Praktijkleerstoel gebiedsontwikkeling rekent zich tot taak om verschillende van de hierboven geschetste problemen en uitdagingen tegemoet te treden met opleidingen voor mensen die de ambitie hebben een sleutelrol in de gebiedsontwikkeling te spelen, onderzoek naar best and worst practices en het opstarten van verkenningen en het maatschappelijk debat.
Thema: Beleid
Uit NAW #26 - Najaar 2007 - pagina 40-41
Auteur David Bosch