De vraag is niet meer of het kan. Behoud van het Groene Hart is zonder meer mogelijk, zo blijkt uit de haalbaarheidsstudie ‘Niet polderen, maar rekenen!’. De vraag is nu of men het ook echt wil. Friso de Zeeuw is er nog niet van overtuigd, alle positieve reacties ten spijt. De directeur Nieuwe Markten van Bouwfonds MAB Ontwikkeling zegt ‘vurig te hopen dat de provincies het deze keer niet in beleidsdiarree laten sterven.’ Hoe verder?

Het Groene Hart heeft een teleurstellend trackrecord. Aan beleid geen gebrek, maar de uitvoering stokt. Nog niet zo lang geleden pleitte het Ruimtelijk Planbureau ervoor het begrip Groene Hart af te schaffen omdat het een losersverhaal was geworden. ‘Daar gaan wij dus niet in mee. De oplossingsrichtingen liggen voor het oprapen’, verklaart De Zeeuw waarom Bouwfonds en Nationaal Groenfonds de handen ineen hebben geslagen.
Ze gaven gezamenlijk aan adviesbureau Ecorys de opdracht om de haalbaarheid van een integrale investeringsstrategie voor rood, groen en blauw te onderzoeken. ‘We hebben ooit een paar ‘achterkant-sigarendoos-berekeningen’ gemaakt, naar aanleiding van debatten in de VROM-Raad over bouwen in landelijk gebied. Uit deze studie blijkt dat wat we toen dachten werkelijk mogelijk is. Zorgvuldige locatiekeuzes en berekeningen tonen dit aan. Qua markt en ruimtelijke inpassing kan het gewoon.’
‘Aan beleid geen gebrek, maar de uitvoering stokt’
Samengevat: de koopkrachtige vraag is zo groot dat met de meeropbrengst van één hectare ‘rood’ maar liefst elf hectare ‘groen en blauw’ kan worden gefinancierd. Storting van de opbrengsten in een apart groenfonds waarborgt de verevening van woningbouw met natuur en landschap.
Voor de rekenexercitie is uitgegaan van 12 kleinschalige woningbouw - projecten in de randen van het Groene Hart. Het gaat om gemiddeld 50 woningen per locatie, in totaal 580 woningen. ‘Je kunt het opschalen’, licht De Zeeuw toe. ‘De echt manifeste, acute vraag naar dit type woningen in het Groene Hart bedraagt 5.000. Daarmee haal je 200 miljoen op voor groen, en kom je heel dicht bij de geraamde tekorten.’
De directeur Nieuwe Markten verhult overigens niet dat er een acquisitiebelang is gemoeid bij de keuze van de locaties. Daarom staat er niet bij om welke rode vlekjes het precies gaat. ‘Het zijn geen plekken waar wij posities hebben’, benadrukt hij. ‘Ook dát staat niet met zoveel woorden in het rapport, maar het blijkt wel een punt in de discussie.’
Spanningsveld
De meeste vragen gaan over het woningprogramma. De Zeeuw: ‘Er is een spanningsveld tussen de keuze voor luxe woningen en de vraag naar woningen voor starters en ouderen. Vooral in de kleinere gemeenten. Dat erkennen wij volmondig. Maar als je de rood voor groen-strategie zo krachtig mogelijk wilt implementeren, moet je het zo doen. Meer sociale woningen betekent minder geld voor groen. Bij 30 pro
cent sociaal gaat het surplus voor groen van één op elf naar één op zeven.
Om aan de andere wensen van gemeenten tegemoet te komen, zijn dus wel variaties in het programma mogelijk, zonder dat direct de hele basis onder het verhaal wegvalt.’
De Zeeuw zegt het er voor alle duidelijkheid bij: ‘We hebben niet de pretentie met deze aanpak een claim te leggen op het woningprogramma voor het hele Groene Hart. Evenmin kun je deze strategie één op één toepassen in Groningen of Zeeland, om twee delen van het land te noemen waar je een totaal andere woningmarkt ziet.’
Gezien de moedeloosheid die het begrip Groene Hart aankleeft, zijn de reacties op de gezamenlijke inzet van Bouwfonds MAB en Nationaal Groenfonds opvallend positief. De Zeeuw bespeurt een vijfjaarlijkse cyclus in de animo voor het Groene Hart. ‘Nu de Nota Ruimte de provincies in staat stelt het voortouw te nemen, is een nieuw offensief voor behoud op gang gekomen.
Het blijkt ook uit de benoeming van minister Veerman tot coördinerend bewindsman, naar mijn idee de beste minister van het kabinet. ‘Voor een daadkrachtig vervolg kijkt De Zeeuw ‘met een schuin oog naar de Ruimte-voor-Ruimteregeling in Brabant en Limburg’.
Hij verwacht daarbij van de provincies wel meer aansturing: ‘De provincies moeten duidelijk stellen “
dit wíllen wij” en tegen gemeenten zeggen “doe je mee?” en zo ja “wat is je inbreng?”. Alleen met medewerking van provincies en gemeenten is een uitgekiende grondverwervingsstrategie mogelijk.
Het is aan de provincies om te voorkomen dat gemeenten een wedloop houden van deelbelangen, waardoor uiteindelijk iedereen met lege handen staat. Met de nieuwe Wet Ruimtelijke Ordening kunnen zij ingrijpen als gemeenten het niet eens worden.’
‘Meer sociale woningen betekent minder geld voor groen’
Rode waas
De nieuwe aanpak staat of valt met een uitgekiende grondverwervingsstrategie. Naar analogie met Bill Clinton’s gevleugelde uitspraak “It’s the economy, stupid” schreef Friso de Zeeuw anderhalf jaar geleden “Het is de grondmarkt, dombo”.
‘Veel grondeigenaren in het Groene Hart wachten af, in de hoop dat er een rooie satelliet op hun grond landt. Er zweeft een lichtrode waas over het Groene Hart. Daardoor is de grondmobiliteit laag.’
Om duidelijkheid te scheppen over de toekomst van het Groene Hart en aan speculaties een eind te maken, richt Bouwfonds MAB zich niet alleen tot de provincies en gemeenten, maar ook tot het maatschappelijk middenkader, verenigd in het Groene Hart Pact.
‘De ervaring leert’, zet De Zeeuw uiteen, ‘dat als organisaties als de ANWB, de Kamers van Koophandel, NEPROM, Staatsbosbeheer en de Zuid-Hollandse Milieufederatie het met elkaar eens zijn je een eind kan komen. Kijk maar hoe het is gegaan met de Tweede Maasvlakte en de kilometerheffing. Het rekeningrijden wordt nu gefrustreerd door de top van de VVD-fractie, maar de sleutel voor de doorbraak lag bij het maatschappelijk middenveld. Die organisaties zouden ook nu de doorslag kunnen geven.’
‘Of wij dit echt willen...?’, concentreert Lenie Dwarshuis, voorzitter van de Stuurgroep Groene Hart, zich op de kernvraag van Friso de Zeeuw. ‘Ik twijfel er niet aan dat de provincies hier achter staan.
|
|
Het initiatief van Bouwfonds MAB en Nationaal Groenfonds past heel goed in het ontwikkelingsprogramma, waaraan de drie provincies op dit moment werken. Het komt precies op het goede moment.’ In de Stuurgroep zijn Gedeputeerde Staten van de drie betrokken provincies Zuid-Holland, Noord-Holland en Utrecht vertegenwoordigd. Over de kans dat het gaat lukken: ‘Ik ben daar realist in. Dat hebben we niet binnen een jaar voor elkaar.
Het uitvoeren van een realistisch ontwikkelings programma vergt veel tijd. Niet in de laatste plaats omdat wij ook met andere overheden te maken hebben, met de waterschappen en met het maatschappelijk middenveld. De aanwijzing van het Groene Hart tot Nationaal Landschap houdt in dat ook het Rijk daarin een rol zal moeten spelen.’
‘Er zweeft een lichtrode waas over het Groene Hart’
Stok achter deur
De nieuwe Wet Ruimtelijke Ordening geeft de provincies straks mogelijkheden om in
noodgevallen provinciale projectplannen en provinciale bestemmingsplannen te maken. Dwarshuis: ‘Ik zou mezelf geen complimentje geven als op die manier projecten tot stand zouden moeten komen.
De provincies willen dingen bereiken omdat alle partijen het bij een gebiedsgerichte benadering eens zijn over wat het gezamenlijke belang is. Daarom zou ik het betreuren als we daarvoor de stok achter de deur moeten inzetten. Maar het is niet uitgesloten, want uiteindelijk weegt het grote doel het zwaarst.’
Ook Lenie Dwarshuis vindt steun van de maatschappelijke organisaties onmisbaar. ‘Daar hangt een belangrijk deel van het draagvlak van af.’
Aan de Zuid-Hollandse Milieufederatie zal het niet liggen. Directeur Ellen Verkoelen juicht de koppeling van rode aan groene investeringen toe.
‘Ik vind het geweldig dat de markt zelf met ideeën komt voor harde afspraken over de financiering van groen en blauw.’ Zij vraagt zich wel af hoe reëel het is deze strategie te baseren op woningen in de duurdere prijsklasse. ‘Wat doen we als dat niet blijkt te kunnen?’
Een tweede kanttekening plaatst zij bij de keuze van de onderzoekers om bij de 12 projecten uit te gaan van bestaand beleid. Dus van de gebruikelijke standaardwensen van gemeenten voor allerlei voorzieningen. ‘Ik zou het uit oogpunt van ontwikkelingsplanologie graag toetsen aan de lagenbenadering - dus eerst kijken naar bodem en water, dan naar infra en vervolgens welke woningen daarbij passen.
Wij hebben dat al eens een keer voor onszelf uitgerekend en dan blijkt dat gemeenten zullen moeten accepteren dat niet al hun wensen worden gehonoreerd. Omdat ze niet reëel zijn.’
Verkoelen betwijfelt of de provincies in staat zullen zijn de gemeenten tot matiging van hun eisen te bewegen. ‘Daarover ben ik het à la minute met Friso de Zeeuw eens dat wij daar als maatschappelijk middenkader de doorslag kunnen geven. Net als bij het rekeningrijden denk ik dat wij een doorbraak zullen moeten forceren. Anders gaat het gewoon niet lukken.’
‘Vijf jaar geleden was dit onbespreekbaar geweest met de milieuorganisaties’, constateert Friso de Zeeuw. ‘Het komt van twee kanten. We zijn de traditionele barrières aan het slechten. Dat is maatschappelijk een heel interessante ontwikkeling.
Ook de milieubeweging ziet in dat het restrictieve beleid van de afgelopen decennia een doodlopend spoor is. Ook zij zoeken naar nieuwe evenwichten. En dan kom je elkaar op een positieve manier tegen.’
Thema: Landelijk gebied, Groen, Beleid
Uit NAW #19 - winter 2005 - pagina 28-32
Auteur Dolf Dukker
Beeld Ineke Oostveen (potret), Anton van Daal, Don Wijns en anderen
.png)