"Er wordt onnodig veel geld besteed aan bodemsanering. Veel meer dan het beleid nodig acht en wet- en regelgeving voorschrijft”, aldus Bas van de Griendt, milieumanager bij Bouwfonds Ontwikkeling. Als ontwikkelaars beter gebruik maken van de mogelijkheden in de nieuwe wet- en regelgeving, kunnen ze veel onnodige kosten voorkomen.
Een overheid die erop stuurt een steeds groter deel van de (woning)bouwopgave in bestaand bebouwd gebied te realiseren, ontkomt er niet aan blijvend te investeren in bodemsanering, dit stelt Bas van de Griendt. Zo kan worden voorkomen dat de beoogde herontwikkeling van bestaand bebouwd gebied stagneert en ter vervanging daarvan groene weiden worden bebouwd. Daarnaast verdient het aanbeveling dat de overheid burgers en bedrijven beter informeert over de risico’s en omvang van bodemverontreiniging én de gewijzigde wet- en regelgeving op dit gebied.
Het trauma van Lekkerkerk
Een van de grootste nachtmerries voor huiseigenaren en huurders is wonen op verontreinigde grond, zegt Bas van de Griendt. Met de ‘Affaire Lekkerkerk' - een woonwijk gebouwd op chemisch afval - werd Nederland zich in 1980 bewust van zijn vervuilde bodem. Een inventarisatie uit die tijd sprak van 350 ernstig vervuilde plekken in Nederland. Nu, bijna 30 jaar later, is duidelijk dat het probleem van bodemverontreiniging veel omvangrijker is en van blijvende aard. Volgens de meest recente gegevens van het ministerie van VROM woont of werkt 30 tot 40 procent van de Nederlandse bevolking op of nabij potentieel ernstig vervuilde grond.
Aangezien 80 procent van de vervuilde grond zich bevindt in bestaand bebouwd gebied, is het onvermijdelijk dat er steeds meer op vervuilde grond wordt gebouwd. Dit onderwerp is dus aan de orde van de dag en de overheid zou er goed aan doen burgers en bedrijven op de hoogte te brengen van de huidige ontwikkelingen, zegt Van de Griendt.
Saneren is schoonmaken?
In de jaren tachtig werd bij sanering in principe alle verontreinigde grond verwijderd. Dit ‘multifunctioneel saneren', zoals het werd genoemd, moest ervoor zorgen dat alle mogelijke functies op de gesaneerde plek mogelijk werden, dus van industrie tot en met een moestuin. Nog steeds denken burgers en bedrijven dat saneren ‘schoonmaken' betekent, maar inmiddels is dit achterhaald. De huidige wetgeving stelt dat bij sanering en grondgebruik de grond ´geschikt gemaakt wordt voor het (beoogde) gebruik´.
Aan de grond voor kantoren en industrie worden andere eisen gesteld dan aan de grond voor woningen. Bovendien wordt onderscheid gemaakt tussen verontreinigingen in grond en in grondwater. Saneren kan hierdoor eenderde tot de helft goedkoper.
De saneringsparadox
Ondanks de hiervoor beschreven nieuwe en veel minder vergaande saneringsdoelstellingen én de mogelijkheid om voortaan ook ernstig verontreinigde grond bewust achter te laten in een plan, bestaat het gevaar dat er in de toekomst méér in plaats van mínder multifunctionele saneringen plaatsvinden. In de periode 2003 - 2007 is het aandeel multifunctionele saneringen verhoudingsgewijs toegenomen in plaats van afgenomen. Gevolg is dat op die manier onnodig veel geld aan bodemsanering wordt besteed; veel meer dan het beleid nodig acht en wet- en regelgeving voorschrijft.
Een mogelijke verklaring voor deze saneringsparadox ligt in de steeds verdergaande privatisering van de saneringsoperatie. Projectontwikkelaars en ontwikkelende bouwers hebben bij sanering namelijk niet alleen te maken met de ‘werkelijke', door bodem- en gezondheidsdeskundigen berekende risico's van bodemverontreiniging. Ze hebben evenzeer of misschien nog wel meer van doen met de maatschappelijke beleving van bodemverontreiniging door eindgebruikers. Wanneer aan die verwachtingen niet wordt voldaan, is er in veel gevallen sprake van een nieuw risico, namelijk dat van reputatieschade, waarvan de financieel-economische gevolgen wel eens veel groter zouden kunnen zijn dan de extra kosten voor saneren.
Brownfields
De vastgoedsector doet er daarom goed aan zelf meer te investeren in kennis over bodemverontreiniging en -sanering, zodat zij geen onnodige tijd en geld in de bodem steekt. De overheid heeft de verantwoordelijkheid de burger te informeren en daarnaast om zich in te spannen om private financiering en co-financiering te stimuleren. En om te zorgen dat inderdaad de ‘brownfields' worden ontwikkeld en er niet wordt uitgeweken naar de makkelijker bouwgereed te maken ‘greenfields'.