Sinds 1 januari 2009 neemt Bouwfonds Ontwikkeling alle woningen die zij ontwikkelt de maat met GPR Gebouw, om inzicht te krijgen in de duurzaamheidprestaties van woningen en gebieden die zij ontwikkelt. Zo wordt GPR Gebouw een belangrijk instrument in het bevorderen van duurzaamheid en vormt één van de speerpunten van de zogeheten duurzaamheidsagenda van Bouwfonds voor dit jaar.
GPR Gebouw als duurzaamheidmeter

Het Groene Balkon in IJsselstein, een project van Bouwfonds Ontwikkeling, is op het eerste gezicht een woonwijk in aanbouw zoals er zo veel zijn in Nederland. Bouwvakkers werken aan ruime twee-onder-één-kappers en (half)vrijstaande woningen in jaren '30-stijl. Maar wie beter kijkt, ziet meer. Om te beginnen de zonnepanelen, die bij elke woning zijn verwerkt in het pannendak. Ze worden gekoppeld aan zonneboilers, waarmee een deel van de energievoorziening van de woningen straks duurzaam zal verlopen.
Maar dat is niet alles. "Kijk, de isolatie van de funderingsbalk onder de woningen loopt door," wijst John Mak. Hij is directeur van W/E adviseurs, een bureau dat gespecialiseerd is in duurzame ontwikkeling van de gebouwde omgeving. "Zo'n fundering voorkomt zogenoemde koudebruggen en zorgt voor een betere isolatie. En kijk," wijst hij, "er is puingranulaat in verwerkt. Door die recycling gaat de duurzaamheidscore van een bouwproject verder omhoog."
Een korte wandeling door het Groene Balkon levert zo een waslijst aan duurzaamheidpluspunten op. De score van Het Groene Balkon op de zogenoemde GPR Gebouw, een duurzaamheidmeetlat, is dan ook hoog: het gemiddelde cijfer is 8,36.

Zelf aan de knoppen draaien
John Mak, W/E adviseurs

John Mak is van huis uit bouwkundige. Hij weet hoe architecten werken, en dus ook hoe groot hun afkeer is van duurzaamheidaanwijzingen die ze van hogerhand krijgen opgelegd. "Het werkt veel beter als je bij het ontwerpen ruimte krijgt voor creatieve oplossingen en tegelijk snel inzicht hebt in het effect van verschillende keuzemogelijkheden," zegt hij. "Voor ontwikkelaars geldt hetzelfde. Het is het handigst als je een instrument hebt waarmee je letterlijk ‘aan de knoppen kunt draaien' op het gebied van duurzaamheid."
Dat instrument is de GPR Gebouw. Een softwareprogramma dat helpt bij het maken van duurzaamheidkeuzes voor de nieuwbouw en renovatie van woningen, kantoren en scholen. De bereikte (of geambieerde) prestaties worden uitgedrukt in rapportcijfers. Wie netjes aan alle eisen van het huidige Bouwbesluit voldoet, scoort een 6. Wie maximale duurzaamheid bereikt, krijgt een 10. Het overall rapportcijfer wordt opgebouwd uit deelscores op verschillende modules. De nieuwste versie, GPR Gebouw 4.0, kent er vijf: Energie, Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde. In de energiemodule zijn onder meer de bekende EPC en het Energielabel opgenomen. Bij de waardering van de keuze voor materialen wordt de zogenoemde levenscyclusanalyse (LCA) gehanteerd. Duurzaamheid gaat echter verder dan milieu en energie. Ook de toegankelijkheid, sociale veiligheid en belevingswaarde krijgen een score.

Achterstand wordt voorsprong

Terug op het kantoor van W/E adviseurs in Utrecht laat John Mak de applicatie zien. Met enkele muisklikken open je op het computerscherm een aantal tabbladen met invulvelden. Als je de gegevens bij de hand hebt, kun je achter je computer de duurzaamheidprestatie van een gebouw binnen twee uur uitrekenen. Bij een bestaand gebouw zijn vervolgens opties af te wegen om de duurzaamheid te verbeteren. Bij een nog te bouwen gebouw kun je per module de score verhogen tot een gewenst ambitieniveau.
GPR Gebouw werd in 1995 bedacht. Een van de founding fathers is Gert van den Elsen, beleidsmedewerker milieu van de gemeente Tilburg. "Samen met mijn collega Pieter Biemans werkte ik toen bij de afdeling Bouw- en Woningtoezicht," zegt Van den Elsen. "Het was de tijd dat duurzaam bouwen in opkomst was. We stelden vast dat Tilburg achterliep, en wilden die achterstand graag ombuigen naar een voorsprong. Maar daarvoor moesten we eerst een belangrijke vraag beantwoorden: hoe bepaal je hoe duurzaam een gebouw is?"
Het Bouwbesluit, toen net verschenen, bood daarvoor te weinig aanknopingspunten. Van den Elsen: "Wij wilden een instrument waarmee je prestaties kunt meten, compleet met rapportcijfers. Hoe een architect of een aannemer aan zijn rapportcijfer komt, mag hij helemaal zelf weten. Dat geeft hem de vrijheid om zelf met ideeën te komen en zijn creativiteit aan te boren. En dat rapportcijfer moest er snel uitrollen, vonden we. Geen ellenlange berekeningen alsjeblieft."
Tilburg schakelde W/E adviseurs in voor de concrete invulling. Dat bureau verstrekt nu de licenties voor het gebruik van het instrument. Van den Elsen: "Met GPR Gebouw kun je als gemeente of ontwikkelaar helder communiceren over je duurzaamheidambities. In Tilburg hebben we bijvoorbeeld afgesproken dat we voor nieuwbouw overal een GPR-cijfer 7 willen. Op termijn zouden we verder kunnen gaan. Maar je kunt ook lager gaan zitten; elke gemeente kan dat zelf bepalen. Je kunt de ambities ook laten variëren per wijk." Daarnaast is de GPR een prestatie-instrument. Van den Elsen: "Als je bijvoorbeeld allergeenarme woningen wilt bouwen, moet je op de module Gezondheid een harde 9 scoren. Je hebt dan een helder doel waarop je je kunt richten."

Het hulpmiddel GPR Gebouw