Bij de volgende SAIL Amsterdam kijken de bewoners van La Grande Cour en hun gasten zeker weten hun ogen uit. De gezamenlijke dakterrassen van dit woon-/ werkcomplex op het Westerdokseiland met uitzicht op het IJ vormen slechts één van de vele smaakmakers van dit spectaculaire ontwerp. De bouw is inmiddels in volle gang. Tijd voor een nadere kennismaking met deze blikvanger aan het IJ.


Het Westerdokseiland, lange tijd gebruikt als spoorwegemplacement, kwam in de negentiger jaren van de afgelopen eeuw vrij voor nieuwe ontwikkelingen. De ligging is uniek: aan de ene zijde het Bickerseiland en het begin van de grachtengordel, aan de andere zijde een magistraal uitzicht op het IJ. Het Centraal Station ligt op loopafstand. Met de herontwikkeling wilde de gemeente Amsterdam een nieuw stuk binnenstad met een eigen gezicht toevoegen.

Het eiland is in drie blokken ver deeld, die in nauwe afstemming met elkaar worden ontwikkeld door afzonderlijke ont wikkelingscombinaties. Gezien vanaf de De Ruyterkade en vanuit de trein is het zuidelijke blok de blikvanger van het Westerdokseiland. Dit blok wordt ontwikkeld door de City Cour Combination (CCC), een samenwerkings verband van Bouwfonds MAB Ontwikkeling en Smit’s Bouwbedrijf. Nina van Gelderen is ontwikkelings manager namens Bouwfonds MAB Ontwikkeling.

Van Gelderen: ‘Wij zijn behalve in de Houthavens ook actief op het Oosterdokseiland. Vergeleken met dat laatste project is het Westerdokseiland veel meer een binnenstedelijk woonbuurtje. De overeenkomst tussen beide eilanden is wel dat er een nieuw statement aan het IJ wordt neergezet. Een nieuwe schaal met een grootstedelijke uitstraling, die een aanvulling vormt op de woonwerkmilieus in de binnenstad.’

Jeroen van Schooten, architect bij Meyer en Van Schooten Architecten, ging als hoofdarchitect van La Grande Cour al in 1998 aan de slag met deze uitdagende opgave. Richtinggevend was een stedenbouwkundig plan dat Peter Defesche van architectenbureau OD205 had opgesteld.

Van Schooten: ‘Waar de oostelijke eilanden een heel divers aanzicht hebben, gaat het plan voor het Westerdokseiland veel meer uit van één stedelijke begeleidings wand. Wel wordt het forse volume onderbroken door afwisseling in hoogte.

Deze ‘kamstructuur’ vormt de kern van Defesche’s plan, samen met de binnenhoven die beide wanden verbinden. Aan de stadszijde sluit de afwisseling in hoogte enigszins aan op de kleinschalige bebouwing van het Bickerseiland aan de overzijde. Hier komen woonboten te liggen. De IJ-zijde is robuuster en vormt een forse wand langs de opgehoogde Westerdoksdijk.’ Aan deze zijde komt ook de nieuwe jachthaven.

‘ De periscopische torens buigen zich half over de drie binnenhoven, de cours’

Geknakte torens
Het programma dat Van Schooten moest zien kwijt te raken, is indrukwekkend: circa 250 woningen met oppervlakten van 55 tot 268 vierkante meter, waarvan tweevijfde in de sociale huur en middeldure koop, circa 2.300 vierkante meter bedrijfsruimte en een twee laagse parkeergarage met 269 plaatsen en een berging voor elke woning.


Van Schooten: ‘Kijk je naar de beschikbare vierkante meters, dan is de dichtheid enorm. Maar betrek je het omringende water bij de woonomgeving, dan valt het wel weer mee.’

Hij besloot het programma zoveel mogelijk aan de randen te realiseren, omdat de bewoners daar de hoge dichtheid veel minder ervaren vanwege hun uitzicht. ‘Om dit te realiseren, moesten we eigenlijk meer de hoogte in. Dat mocht niet. Doordat het uiteindelijke programma meer was geworden dan waar het stedenbouwkundig plan nog van uitging, hadden we wel wat onderhandelingsruimte. Uiteindelijk zijn we tot een bijzondere oplossing gekomen: geknakte torens.’

De periscopische torens buigen zich half over de drie binnenhoven, de cours. Twee van de ‘torens’ steken iets uit de rest van de bebouwing wat aan de kop van het eiland en aan de IJ-zijde een vrij spectaculair beeld geeft. Gevel openingen op uitgekiende plekken geven voldoende licht en uitzicht vanuit de cours en de woningen. Van Schooten: ‘Uiteindelijk is er maar een gering aantal woningen dat niet op het water uitkijkt.’

‘ Het evenwicht tussen privaat en publiek keert regelmatig terug’

Overgangsgebied

Vrijwel alle woningen worden ontsloten via één van de drie cours. Volgens Van Schooten zijn we dit in Nederland niet zo gewend. Hij heeft gekeken naar binnenhoven in steden als Madrid en Parijs.

‘De cour is een overgangsgebied tussen de drukte van de stad en de luwte van de eigen woonomgeving. In feite ga je als bewoner in stappen naar binnen. Na de cour krijg je de trappenhuizen en vervolgens de voordeur van de eigen woning. In La Grande Cour telt elke cour ongeveer tachtig woningen en elk trappenhuis circa twintig. Aantallen die het niet te benauwend maken maar ook niet te vrijblijvend.’

Van Schooten: ‘We hebben gezocht naar een buurtgevoel met behoud van de eigen privacy.’ Dit evenwicht tussen privaat en publiek keert regelmatig terug in het ontwerp. Zo heeft Van Schooten omwille van de rust geen balkons ontworpen binnen de cour. Ook is de cour alleen toegan kelijk voor bewoners en – via een bel – hun bezoekers. Dat maakt het een veilige, beschutte plek om bijvoorbeeld de kinderen te laten spelen.


Buiten de gezamenlijke cours hebben de bewoners van het complex ook de beschikking over drie gemeenschappelijke dakterrassen. Het ene biedt zicht op de binnenstad, weer een ander op het IJ. Daarnaast is er een groot aantal privé-terrassen en worden de ongebruikte dakdelen van begroeiing voorzien, in verband met het uitzicht vanaf de hoger gelegen bouwdelen.

Natuurlijk hebben bewoners ook nog een privébuitenruimte. Aanvankelijk had Van Schooten loggia’s ontworpen, maar de veranderende markt vroeg om aanpassingen in het ontwerp. Op de dakterrassen en enkele loggia’s en serres na bestaan de meeste buitenruimten nu uit balkons. De winst: een ‘echte’ buitenruimte én meer woonoppervlakte. De meeste balkons zijn bovendien in baksteen uitgevoerd en daarmee fraai verwerkt in de gevel.

‘ Alle drie de bouwdelen krijgen een eigen uitstraling’

Niet te angstig

Alle drie de bouwdelen krijgen een eigen uitstraling. Niet zozeer aan de ‘buitenzijde’ van het complex, want daar komt één herkenbare schil van baksteen, een materiaal dat aansluit op de bestaande stad. Maar binnen die schil was meer verscheidenheid gewenst. De architectonische invulling wordt samen met twee andere bureaus uitgewerkt: voor het noordelijke deel Bas Liesker van Heren 5 en Pero Puljiz van de Architekten Cie voor het middendeel.

De ‘binnengevels’ van Heren 5 zijn bekleed met blauw, enigszins golvend metselwerk. Die van de Architekten Cie hebben gecoate aluminium platen. De cour van Meyer en Van Schooten heeft platen in twee tinten, die doen denken aan Belgisch hardsteen. In de laagbouwdelen is een lichtere kleur toegepast om de cour zo licht mogelijk te houden.

Hoe is het om als coördinerend architect op te treden bij zo’n compacte ontwerpopgave? Van Schooten is daar resoluut over: ‘Je vraagt collega’s vanwege hun kwaliteiten. Dan moet je ze ook zo veel mogelijk vrijlaten. Natuurlijk ligt een aantal spelregels gewoon vast, maar waar het kan heb ik geprobeerd zoveel mogelijk vrijheid te scheppen. Je moet daarin niet te angstig zijn.’ Veel opdrachtgevers zijn misschien wel iets terughoudender?

‘Ja, maar dat begrijp ik ook heel goed, want zij dragen het financiële risico. Toch ben ik er van overtuigd dat je bij een goede architecten selectie een beter resultaat krijgt. Het is natuurlijk wel wat minder efficiënt om met meerdere bureaus te werken. Om die reden hebben we één ondersteunend bureau in de arm genomen dat alle ontwerpen technisch uitwerkte; dat maakt het een stuk makkelijker voor de aannemer.’

Nieuwe Amsterdamse buurt staat in de steigers

De planontwikkeling van La Grande Cour ging niet altijd van een leien dakje. Dat gold echter wel voor de verkoop, dankzij het gedifferentieerde woningaanbod, de bijzondere architectuur en natuurlijk de toplocatie.

Aanvankelijk werkte Bouwfonds MAB Ontwikkeling samen met woningcorporatie Eigen Haard en Smit’s Bouwbedrijf. Uiteindelijk alleen nog met de laatst genoemde organisatie. Vanwege het veranderen van de markt en de lange looptijd van het project trok Eigen Haard zich terug als risicodragende partij. Wel heeft de corporatie de sociale woningbouw van La Grande Cour gekocht en zal zij wellicht nog het beheer van het complex gaan verzorgen. Gezien de onzekere woningmarkt van de afgelopen jaren en de wens van de gemeente om te starten met de bouw, koos Bouwfonds MAB Ontwikkeling voor samenwerking met de belegger Delta Lloyd Vastgoed. Deze nam 123 woningen in het project af, waardoor de City Cour Combination (CCC) met de bouw kon beginnen. De resterende 50 vrije sector koopwoningen waren vooral penthouses en woningen in de categorie Amsterdams Middensegment Hypotheek, een door de gemeente gesubsidieerde hypotheekregeling.

De programmawijzigingen, het wegvallen van een van de samenwerkingspartners en een buurt die bezwaar maakte wanneer het maar kon, maakten dit proces tot een intensieve aangelegenheid.

Nina van Gelderen, ontwikkelingsmanager bij Bouwfonds MAB Ontwikkeling: ‘Gelukkig is de onderlinge samenwerking binnen de CCC en ook die met de gemeente heel goed. Bouwfonds is altijd de trekker van dit project geweest. Ook nu, tijdens de bouw, moet er veel worden afgestemd. Ditmaal vooral met de andere bouwcombinaties, die op het middendeel en het noordelijk deel van het Westerdokseiland bezig zijn.

De gemeente wil de bouw gelijk op laten gaan, om daarna in één keer de openbare ruimte te kunnen inrichten. Dat vereist natuurlijk nogal wat bouwlogistieke coördinatie. Zo hebben we gezamenlijk bouwwegen aangelegd. Aanvankelijk verzorgden we ook samen de PR. Later is dat logischerwijs meer uit elkaar gegroeid.

Van Gelderen is al met al heel tevreden over het eindresultaat, dat nu in de steigers staat. ‘Het beste bewijs van het succes is wel dat we totaal niet hoefden te adverteren. Geïnteresseerden konden al heel vroeg intekenen op dit project via een speciale website. We hebben eenmaal een verkoopmanifestatie gehouden en dat was het.

Bijna alle kopers komen uit de omgeving van het Westerdokseiland en ongetwijfeld zullen ook de meeste huurders straks uit de buurt en de rest van Amsterdam komen. Daarmee is La Grande Cour een echt Amsterdams project geworden.’

Thema: Ontwerp, Binnenstedelijke functieverandering
Uit NAW #18 - najaar 2005 - pagina 10-14
Auteur Arjan Kaashoek
Beeld Martin van Welzen