Gaat verdichting in binnenstedelijke gebieden ten koste van het openbare groen en dus van de woonkwaliteit van bewoners? Ja, zegt NVB, Vereniging voor Ontwikkelaars en Bouwondernemers. Ja, zegt ook Albertine van Vliet-Kuiper, burgemeester van Amersfoort en lid van de Raad voor het Landelijk Gebied. Nee, zegt Friso de Zeeuw, directeur Nieuwe Markten van Bouwfonds MAB Ontwikkeling. ‘Bewoners zijn mondig genoeg om zich tegen plannen te verzetten. Meer zorgen maak ik mij over het groen rond de steden.’ Volgens de Utrechtse wethouder Robert Giesberts zit de verdichting op zeker moment toch echt tegen zijn plafond. Kortom, reden genoeg voor een pittige doch beschaafde discussie.

De locatie voor het debat is toevallig tot stand gekomen, maar had feitelijk niet beter gekozen kunnen worden. Midden in de groene en bosrijke omgeving op de beschermde Utrechtse Heuvelrug, ligt het Slot Zeist. In de Voomberghzaal op de eerste verdieping komen alle partijen bijeen. Aan tafel zitten Albertine van Vliet-Kuiper, burgemeester van Amersfoort – vorig jaar verkozen tot de groenste stad van Nederland – en lid van de Raad voor het Landelijk Gebied, Robert Giesberts, hij is wethouder openbare ruimte en groen in Utrecht en Friso de Zeeuw directeur Nieuwe Markten van Bouwfonds MAB. Namens NVB, Vereniging voor Ontwikkelaars en Bouw ondernemers is directeur Nico Rietdijk aangeschoven.

Aan deze bijeenkomst ging een publieke discussie tussen De Zeeuw en NVB in Cobouw, dagblad voor de bouw, vooraf. In een opinie stelde De Zeeuw namelijk vast dat NVB hyperventileert met stadsgroen. Aanleiding hiervoor was een opinie van NVB waarin de brancheorganisatie ageerde tegen het concept van de compacte stad en voor meer leefbaarheid in de stedelijke omgeving pleitte. Ter illustratie haalde NVB de groennorm van 75 vierkante meter aan. Een norm die volgens de Raad voor het Landelijk Gebied in het rapport ‘Recht op Groen’ fors onder druk staat.

‘De kwaliteit en de toegankelijkheid van groen rondom de steden is minstens zo belangrijk’

Bewonersperspectief: Almere, Almere-Haven

‘De wijk is er op achteruit gegaan; de woning is heerlijk, wij zijn de oudste bewoners in het hofje, maar de verpaupering slaat toe. Het nieuwe publiek houdt zich minder aan de ophaaltijden van het grof vuil. Dat is een ander milieu, dat is heel zonde. Positief is het vele groen, het is hier heerlijk rustig, fijn fietsen, het ligt centraal, vlak bij het strand, net een vakantiegevoel. Je hebt toch ook niet de stilte van een écht dorp, dat is niks voor mij, je hebt hier veel winkels en parkeren is perfect. Trouwens, files heb je overal tegenwoordig.’
Rapportcijfer voor eigen woonsituatie: 6


Zorgen

Om te beginnen wil Van Vliet wel eerst iets rechtzetten. ‘Kijk hier staat het,’ zegt zij. Ze wijst op een zin in de notitie ‘Recht op groen’, die twee jaar geleden onder haar voorzitter schap als onafhankelijk advies door de Raad voor het Landelijk Gebied is uitgegeven. ‘Wij pleiten niet voor een norm, maar we hebben het over een richtlijn van 75 vierkante meter groen per woning die tegenwoordig in de steden bij lange na niet meer wordt gehaald. En die richtlijn heb ík niet bedacht, maar die bestaat al sinds 1930.

’ Vanuit het bewonersperspectief is zo’n richtlijn niet eens zo slecht, vindt Giesberts. ‘Dat geeft ze een poot om op te staan. Maar vanuit bestuurdersoogpunt moet je dit soort dingen niet willen vastleggen. Je zou er verwachtingen mee wekken die je helemaal niet waar kunt maken.’ De Raad voor het Landelijke Gebied maakt zich zorgen om de kwaliteit van het groen van de openbare ruimte en zo ook mevrouw Van Vliet. ‘Door de binnen stedelijke vernieuwing verdichten de steden, wat ten koste gaat van het stedelijke groen en dat vind ik een zorgelijke ontwikkeling. Ik vind dat we met zijn allen goed moeten nadenken over de kwaliteit van de stedelijke invulling. En dan bedoel ik dus niet dat we meters moeten tellen, maar wél dat we met elkaar moeten nadenken over de behoefte op de lange termijn.’

Friso de Zeeuw : ‘Bewoners komen wel voor zichzelf op. Vrijwel zonder uitzondering gaat planvorming gepaard met intensieve discussies met bewoners over groen.’

De Zeeuw daarentegen, maakt zich absoluut geen zorgen over groen in de stad. ‘Bewoners komen wel voor zichzelf op. Vrijwel zonder uitzondering gaat planvorming gepaard met intensieve discussies met bewoners over groen. Kinderen in de raadzaal met ballonnen en spandoeken met daarop “waar moeten wij straks spelen” zijn echt geen uitzondering meer. Sterker, soms schiet het zelfs door naar de andere kant.

Ook het groen dat objectief gezien niet zo waardevol is, wordt vaak behouden. Maar daar heb ik vrede mee, want dat is onderdeel van onze democratische besluit vorming.’ Wel maakt De Zeeuw zich zorgen over het beheer van groen en het groen in de ommelanden. ‘Openbaar groen vraagt om goed onderhoud en beheer en dat heeft in verschillende steden een wisselende prioriteit.

Maar echt zorgen maak ik me over het groen buiten de stad. De discussie gaat voor mij dan ook niet om de vierkante meters stadsgroen, maar over de kwaliteit en de toegankelijk heid van het groen rondom de steden.

’ Rietdijk: ‘Dat kan best gepaard gaan met bebou wing aan de randen van de steden. Een sterke leefbare stad heeft juist goede nieuw bouw aan de stadsrand nodig. Met de visie van de compacte stad creëren we zonder dat het nodig is nog vollere steden, met de daarbij behorende problemen als parkeerdruk, geluidsoverlast en fijnstof.’

Volgens Giesberts zit de verdichting inderdaad een keer tegen het plafond ‘maar het is heel moeilijk om als bestuurder die grens te zien. Wanneer is bebouwing nog aanvaardbaar en wanneer niet? Wanneer de Rijksoverheid wel eisen stelt aan de bouwproductie, maar nalaat vast te leggen hoe we met groen moeten omgaan, dan maak je het stedelijk groen wel erg kwetsbaar.’


Bewonersperspectief: Amsterdam, Ertshaven
‘Het is hier goed wonen: heel rustig, alsof je ‘buiten’ woont en toch dichtbij het centrum. Het gevoel van rust en ruimte, door het water, er valt elke keer weer iets anders te zien... ‘Blauw’ voor ‘Groen’, dat was hier het idee bij het maken van de plannen; maar dat werkt niet zo; de behoefte aan ‘écht groen’ blijft, er is te weinig groen om de hond uit te laten; en ondertussen moeten we veel ballen voor de kinderen uit het water vissen, héél onhandig!’
Rapportcijfer voor eigen woonsituatie: 7,5 tot 8


Argumenten

Van Vliet is het met De Zeeuw eens dat de kwaliteit en de toegankelijk heid rondom de steden minstens zo belangrijk is.‘Vooral een goede ontsluiting is van belang, mensen moeten gemakkelijk de stad uit kunnen.Maar ook dichtbij huis leven mensen graag in het groen. En dan gaat het niet om de kwantiteit maar om de kwaliteit. Mensen willen een aantrekkelijk leefgebied. Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat wij, ook economisch, beter gedijen in een groene omgeving dan in een stedelijke omgeving.’

Rietdijk is het daar helemaal mee eens.‘Als NVB zijn wij naast onze roodlobby al jaren geleden een groenlobby begonnen. “Groen moet je doen”, vinden wij. Dat is namelijk goed voor de steden, goed voor het welbehagen en de gezondheid van de mensen en uiteindelijk ook goed voor het vastgoed.’ Dat is nu precies waar De Zeeuw moeite mee heeft.

‘Jullie slepen er argumenten bij die nauwelijks relevant of zelfs pertinent onjuist zijn. Neem nu steden als Parijs, New York en Hamburg. Allemaal uitzonderlijk dichtbevolkte steden, maar economisch zeer succesvol. Terwijl het groene Berlijn het economisch juist slecht doet. De relatie tussen groen en economisch succesvol zijn, is voor mij geen argument. Ik kan met gemak het omgekeerde verdedigen. Alleen ík claim daarin niet het absolute gelijk en dat doen jullie wel. Net als het argument dat een groene wijk gezonder zou zijn. Uit een onderzoek van de Vrije Universiteit naar de relatie van groen en de gezondheid van bewoners bleek hoe groener de wijk hoe ongezon der.

Albertine van Vliet-Kuiper: ‘Door de binnenstedelijke vernieuwing verdichten de steden, wat ten koste gaat van het stedelijke groen en dat vind ik een zorgelijke ontwikkeling.’

In gevarieerde buurten met functiemenging en een hoge bebouwingsdichtheid blijken de mensen namelijk veel meer te lopen en te fietsen dan in royaal van groen voorziene tuinsteden. Ook hier zou ik dus het omgekeerde kunnen verdedigen.’

Van Vliet: ‘Maar wanneer je steden verdicht is het wel van belang dat je nadenkt over de kwaliteit van de openbare ruimte en daar ben je het toch wel mee eens hoop ik?’

De Zeeuw: ‘Ja, maar kwaliteit is voor mij meer dan alleen groen. Dat is ook water, pleinen, goede voorzieningen en openbaar vervoer.’ Rietdijk: ‘Tuurlijk, tuurlijk. Het gaat om de gehele openbare ruimte, die moet prettig zijn.

Maar de harde lijnen tussen groen en rood slaan door. Wij zijn ook niet voor een norm, maar je moet wel alert blijven. We werken allemaal met een grond- en opbrengstenmaximalisatie en groen levert op de korte termijn nu eenmaal het minste op. Als niemand verder kijkt dan zijn eigen begroting dan creëren we straks met elkaar een situatie die je met zijn allen niet wilt.’ ‘Maar’, vindt ook Giesberts, ‘er is inderdaad meer dan groen alleen. Kijk naar Almere bijvoorbeeld. Ontzettend groen, maar kwam bij de Stichting Atlas voor Gemeenten dit jaar wel het slechtst uit de bus. Zo zie je maar dat groen niet de enige sleutel tot succes is.’


Bewonersperspectief: Maastricht, Céramique

‘De stad krijgt een tien, zowiezo. We hebben zo’n mooie stad, met een eigen taal en cultuur, de mentaliteit van het zuiden... wel jammer dat er steeds meer hoge gebouwen komen, eerst was dat niet zo. Groen is belangrijk, als natuur en om te recreëren. Fijn om een frisse neus te halen, met de kinderwagen door het bos te wandelen. Maar als je geen geld hebt, kun je ook niet genieten van de natuur. We hebben geen luxe leven, maar zijn blij met alles wat we hebben.’
Rapportcijfer voor eigen woonsituatie: 10!


Win-win

Naarmate de discussie vordert, lijken de verschil - lende partijen het op steeds meer punten eens. Zo kan iedereen zich vinden in de stelling dat de kwaliteit van de gehele openbare ruimte belangrijker is dan enkel de kwantiteit van groen. Ook zijn ze het er over eens, dat wanneer stedelijk groen ten bate komt van de gemeenschap, daar ook best meer gemeenschapsgeld tegenover mag staan. Zelfs kan er hier en daar nog een welgemeend compliment vanaf.

Rietdijk: ‘Ik woon in Alphen aan de Rijn en daar is het stadshart door Bouwfonds MAB op een prachtige manier opgeknapt. Dit is mede betaald uit de opbrengsten van de nabijgelegen nieuwbouwwijk Burggooi, ook een ontwikkeling van Bouwfonds. Ik vind dit een goed voorbeeld van hoe het ook kan, maar ik vraag me wel af of dit ook had gekund wanneer het een park was geweest.’

De Zeeuw: ‘Klopt, maar is dat nu juist niet de taak van de overheid? Daarom betalen we toch belasting? Maar ik ben het er mee eens dat wanneer je zo’n verevening kunt creëren, je dat niet moet nalaten. Gemeentelijke grondbedrijven vervullen die functie als het goed is.’

Nico Rietdijk: ‘Een sterke leefbare stad heeft juist goede nieuwbouw aan de stadsrand nodig.’


Van Vliet: ‘Het zou projectontwikkelaars wel sieren wanneer ze vaker iets zouden ontwikkelen waar ze niet alleen zelf belang bij hebben. Dus wanneer ze niet alleen tevreden zijn met mooie huizen, maar pas wanneer er ook mooie straten liggen en het gebied een hoogwaardige leefomgeving is.’

De Zeeuw: ‘Dat doen we dus al.’ Van Vliet: ‘Ja, maar nog lang niet iedereen.’ Rietdijk: ‘Hier moet ik het wel voor de projectontwikkelaars opnemen. Een gezonde ondernemer moet voldoende onder de streep overhouden. Daarom moet je een ontwikkelaar ook belonen als hij zijn nek uitsteekt. Wat is er op tegen als een ontwikkelaar één euro meer verdient als de stad er vijf euro beter van wordt?’

Van Vliet: ‘Het grootste probleem is natuurlijk dat zo de verhoudingen niet liggen. De baten en de lasten liggen niet bij dezelfde partij.’


Bewonersperspectief: Amsterdam, Westerpark
‘Wij wonen drie minuten van het park en van daaruit kun je met de fits doorrijden tot aan de duinen! Mijn vrouw richt zich meer op de stadse kant van onze wijk, de oude binnenstad met vele specialistische winkeltjes. Onze wijk is betrekkelijk autoluw. Er worden steeds meer parkeergelegenheden onder de grond gemaakt, dat is een goede ontwikkeling. Het park is zo bijzonder, het wordt écht door alle bevolkingsgroepen gebruikt. Naast de functie van stadspark, met groene gazonnen en speelweides is er ook een groot cultuuraanbod, horeca en er wordt gewerkt.’ Rapportcijfer voor eigen woonsituatie: 8


Oplossingen

De discussie eindigt met een aantal suggesties voor verbetering. Zo pleit Rietdijk bijvoorbeeld voor een soort statiegeld voor het bebouwen van bedrijven terreinen. ‘Verouderde bedrijventerreinen zouden echt aangepakt moeten worden, maar door een te groot versnipperd bezit gebeurt dit niet. Wie aan de slag wil, moet eerst de rommel van een ander opruimen. Wanneer je een soort verwijderingsbijdrage vraagt, is een deel van dit probleem opgelost.’

Robert Giesberts: ‘In Utrecht betrekken wij zoveel mogelijk de bewoners bij het beheer van openbaar groen en dat werkt heel goed.’

Van Vliet pleit voor meer groene spelers in de publiek-private samen werkingen. ‘Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten bijvoorbeeld. Zij zouden zowel inhoudelijk als financieel heel goed een steentje kunnen bijdragen.’

De Zeeuw: ‘Wij hebben in die clubs al meer contacten dan jij denkt.’ Giesberts haalt het probleem van beheer nog aan: ‘In Utrecht betrekken wij zoveel mogelijk de bewoners bij het beheer van openbaar groen en dat werkt heel goed. De moeite die het kost om alle contacten en contracten te onderhouden, betaalt zich terug door betrokkenheid bij de woonomgeving en een betere kwaliteit van je groen.’

Rietdijk: ‘Mag ik concluderen dat we nog best op één lijn zitten?’ Van Vliet lacht: ‘Friso doet dit ook voornamelijk om ons op de kast te jagen.’ De Zeeuw laat het er niet bij zitten: ‘Kastjagen is zeker een doelstelling, maar een eenzijdige kijk op stadsgroen zal ik blijven bestrijden.’

 

De Landerije in Roosendaal

Groen als kwaliteitdrager van ‘de Landerije’

Aan de rand van Roosendaal ontwikkelt Bouwfonds MAB Ontwikkeling samen met Dura Vermeer en AM Vastgoed het unieke woonproject ‘de Landerije’. Opvallend aan dit kleinschalige nieuwbouwproject is de groene inrichting van de openbare ruimte en het beheer daarvan door de bewoners.


In 2004 is met de bouw begonnen van deze nieuwe Roosendaalse wijk aan de rand van de stad maar op steenworpafstand van de centrumvoorzieningen. ‘De Landerije’ gaat uiteindelijk bestaan uit 350 woningen in verschillende types. Landelijk en groen is de sfeer die ‘de Landerijen’ gaat uitstralen.

Daarvoor is in het ontwikkelingsplan meer dan 3.000 bomen opgenomen die het bosrijke karakter van de omgeving als het ware het hart van de Landerije in zullen trekken. Voor de inrichting van de natuur is het landschapkundige bureau SpellerCo Meerding aangetrokken. Aansluitend op de oorspronkelijke natuur in de omgeving, kozen zij er voor om elke woonbuurt een eigen natuurbeeld te geven compleet met eigen soorten bomen, heesters en bodembegroeiing.

De ene woonbuurt is bijvoorbeeld ingericht als een droge, bosachtige omgeving terwijl de natuur in een ander deelgebied juist bestaat uit vegetatie die weer in een meer waterrijk milieu voorkomt.

Beheer

Verder heeft iedere woning een tuinzone aan de voorkant, waardoor de kavels met een brede strook privé-groen worden vergroot. Deze tuinzones moeten echter openbaar blijven en mogen niet met hekken of schuttingen worden afgeschermd. Hier is door de gemeente voor gekozen met het oog op het beheer en onderhoud. De bewoners zijn hier zelf verantwoordelijk voor. Wel kon men collectief kiezen voor een bepaalde inrichting van de tuinzones bijvoorbeeld zoveel mogelijk onderhoudsvrij.

Ten slotte is er dwars door de hele lengte van het project een bijzondere natuurzone gecreëerd: een Ecologische Parkzone waarin waterbeheer, natuurontwikkeling, speelmogelijkheden en recreatie worden gecombineerd. ‘De Landerije’ wordt dit jaar voltooid. De belangstelling voor de groene opzet van de nieuwbouwwijk bleek groot.

 

Thema: Groen
Uit NAW #25 - zomer 2007 - pagina 25
Auteur Saskia van der Kam en Hans Owerkerk
Beeld Dinand van der Wal en Don Wijns