De Federatie Welstand en Bouwfonds hebben een gezamenlijke geschiedenis. Het was de NV Bouwkas Nederlandse Gemeenten – zoals Bouwfonds toen nog heette – die in 1955 het allereerste verzoek deed om een landelijk welstandsadvies. Het is nu nauwelijks voor te stellen, maar dat initiatief deed veel stof opwaaien. Lokale welstandscommissies lieten zich niet zomaar opzijzetten. Een korte terugblik op roerige tijden, gevolgd door een uiteenzetting van de huidige stand van zaken en een blik op de toekomst.

Voor mensen met een smalle beurs had Bouwfonds 28 standaardwoningtypen laten ontwerpen. Door échte architecten. Buiten de grote steden was het niet eerder gebeurd dat op dergelijke schaal goede én betaalbare burgermanswoningen werden aangeboden. De landelijke Federatie juichte het initiatief toe, maar lokale welstandscommissies reageerden verdeeld.
Een ontwerp dat in de ene gemeente was goedgekeurd, was voor een andere gemeente onacceptabel. De provinciale welstandscommissies vonden de ‘esthetische kwaliteit ver beneden de maat’. Daarom besloot Bouwfonds zich tot de landelijke Federatie te richten. Langs die weg zijn in de jaren vijftig en zestig vele Bouwfondswoningen voorzien van een positief welstandsoordeel. Om de lokale commissies niet voor het hoofd te stoten, eiste de Federatie van Bouwfonds dat in alle advertenties deze passage werd opgenomen: ‘Een commissie van de Federatie Welstandstoezicht acht dit type toelaatbaar indien het gemeentebestuur na overleg met de welstandsinstantie zijn goedkeuring geeft t.o.v. de situatie en de belending’.
De eerste welstandsbepaling
In kringen van architecten is bezorgdheid over de kwaliteit van de gebouwde omgeving gauw gewekt. Dat was eind negentiende eeuw niet anders toen een groep architecten zich opwond over beunhazen die de omgeving van het Amsterdamse Museumplein dreigden aan te tasten. Om zich hiertegen teweer te stellen, richtte de groep een ‘schoonheidscommissie’ op, de eerste in Nederland.
Andere steden volgden het Amsterdamse voorbeeld.
De gemeente Laren nam in 1912 als eerste een welstandsbepaling op in de bouwverordening. Provincies konden niet achterblijven en zo groeide gaandeweg de behoefte aan onderling overleg, gevolgd door de oprichting van de ‘Federatie van organisaties werkzaam in het belang van de schoonheid van stad en land’. Dat was op 21 mei 1931, 75 jaar geleden.
> Eind negentiende eeuw wond een groep architecten zich op over beunhazen die de omgeving van het Amsterdamse Museumplein dreigden aan te tasten. Om zich hiertegen teweer te stellen, richtte de groep een ‘schoonheidscommissie’ op, de eerste in Nederland. |
Weg met de welstand
‘De opheffing van welstand staat om de vijf à tien jaar op de agenda’
Om de vijf à tien jaar staat geheid de opheffing van het welstandstoezicht op de agenda. ‘Weg met welstand’ is een aaibaar issue. Populair bij partijen die snelle politieke munt willen slaan uit de ergernis over gemeentelijke bemoeizucht. Zeventig procent van de aanvragen gaat over dakkapellen, uitbouw van keukens en carports. Daar wordt te veel over geneuzeld, vindt iedereen nog steeds. Irritatie is er ook over de stapeling van allerlei vormen van toezicht. IJburg is daar een voorbeeld van.
Bovenop alle regelgeving komt helemaal aan het eind van de bouwvergunningprocedure de commissie welstand nog eens met haar bezwaren. Spuit elf, zo ervaren veel opdrachtgevers en ontwerpers de rol van het welstandstoezicht. Toch is het voortbestaan van welstand nooit serieus bedreigd geweest. Want, waar het eigen bouwplan boven elke kritiek is verheven, ligt dat voor plannen van de buren natuurlijk anders.
Welstand nieuwe stijl
De belangrijkste drager van het voortbestaan van het welstandstoezicht is de herziene woningwet. Vanaf 1 januari 2003 zijn gemeenten verplicht een welstandsnota op te stellen, die het welstandstoezicht een nieuwe, eigentijdse invulling geeft.
De nota stelt regels voor meer openheid en transparantie. Het moet duidelijk zijn aan welke criteria bouwplannen worden getoetst. Er moet ook meer gemonitord en geëvalueerd worden. En het college moet jaarlijks verantwoording afleggen aan de gemeenteraad. Het is nog te vroeg voor een oordeel over de nieuwe werkwijze. De wettelijke switch veroorzaakte een cultuuromslag. Zoiets vergt tijd. De komende maanden gaat een team van de Federatie Welstand vijftig commissies langs om te bespreken hoe het loopt.
Uit een eerste peiling blijkt dat veel gemeenten de samenstelling van de nota hebben uitbesteed aan stedenbouwkundige adviesbureaus. De kwaliteit loopt uiteen. De tendens is conserve rend. Ontwerpers trekken zich er nog weinig van aan, maar dat klinkt onverschilliger dan het is omdat de nota vooral is bedoeld als instrument voor de welstandscommissie.
Uit de commerciële hoek komt weinig commentaar op het welstandstoezicht nieuwe stijl. De stemming is neutraal. Voor veel kopers telt vooral de functionaliteit van de woning. En die heeft meer met het ontwerp dan met welstand te maken.
Klein bouwen
‘De roep om meer vrijheid zal zeker luider gaan klinken’
Als het aan VROM ligt, verdwijnt de hele categorie ‘licht vergunningplichtig’. Voor het bouwen van erkers, carports, schuren in het zicht van de straat en dakkapellen aan de voorkant (achterkant is al vrij) is dan geen vergunning meer nodig.
De zogenoemde omgevingsvergunning gaat uit van slechts twee categorieën: vergunningvrije bouwwerken en bouwwerken waarvoor een gewone bouwvergun ning is vereist. Ook de Federatie Welstand maakt zich sterk voor uitbreiding van de categorie vergunningvrij; er moet in ieder geval anders omgegaan worden met de omvangrijke categorie van het kleine bouwen. Daar zou welstand zich niet meer mee moeten bemoeien.
Een mogelijke oplossing is de welstandscriteria hiervoor zo ondubbelzinnig te maken, dat de huizenbezitter zelf op de website van de gemeente – of aan de hand van een gedrukte versie van de voorschriften – kan zien of zijn plan voldoet. Zo ja, stempel erop, klaar is Kees. Maak het niet ingewikkelder dan het is. En wie toch wat anders wil – een verbouwing die niet binnen het gestelde kader valt – zal de gebruikelijke procedurele weg moeten bewandelen. Dan komt welstand wel om de hoek kijken of er geen gekke dingen
gebeuren.
De roep om meer vrijheid zal zeker luider gaan klinken, maar daarvoor is geen nieuwe regelgeving nodig. De welstandsnota biedt voldoende mogelijkheden, bijvoorbeeld door scheidslijnen te trekken waar wel en waar niet vergunningvrij mag worden gebouwd.
Landelijk gebied
Waar welstand onvoldoende antwoord op heeft, is de verrommeling van het landelijk gebied. De welstandsnota’s zijn met een stedelijke blik geschreven. Een boer houdt op met boeren en verkoopt zijn boerderij aan een stedeling. Die wil de boerderij slopen en er een notariswoning voor in de plaats bouwen. Niemand heeft bedacht hoe hiermee om te gaan. Al die particuliere initiatieven, waar geen vooropgezet plan aan ten grondslag ligt, vreten het landschap op.
Beheer van landelijk gebied is nooit een opgave van welstand geweest, omdat de boeren daar wel voor zorgden. Nu de boeren dat niet meer doen, verschuift die taak naar de gemeenten. Omdat het platteland zolang op slot heeft gezeten, hebben sommige gemeenten de neiging er stevig tegenaan te gaan.
Provincies voelen zich sterker verantwoordelijk voor het landschap dan gemeenten. Groningen kent al jaren een provinciale bouwmeester. Noord-Holland eist voor het toepassen van een artikel 19- procedure een beeldkwaliteitplan. Voor het eerst moeten gemeenten gaan nadenken over het beheer van landelijk gebied.
Wat de Federatie graag zou zien, is dat de gemeenten hun visie op het landschap – wat willen we ermee? – in een welstandsparagraaf vastleggen en aan de nota toevoegen. Maar biedt dit wel voldoende bescherming tegen de dreigende chaos? In aanmerking genomen dat welstand alleen iets kan zeggen over het ontwerp en niet over de vraag of het bestemmingsplan toestaat dat er veel gebouwd wordt, rijst de vraag of de overheid over voldoende instrumenten beschikt om de identiteit van het landelijk gebied te beheren, en tegelijkertijd ook op verantwoorde wijze met nieuwe ontwikkelingen om te gaan. Waar het vooral om draait, is de politieke wil om de beschikbare middelen daadwerkelijk in te zetten, meent de vaktribune. Architecten signaleren bij gemeenten de neiging om het probleem over de schutting te gooien, richting ontwikkelaar.
Bedrijventerreinen
De hardnekkigste planologische pijnpunten zijn de bedrijventerreinen. Helaas, elke gemeente wil haar eigen bedrijventerrein, gedreven door de tomeloze ambitie een totaalpakket te bieden, inclusief werkgelegenheid. Het is allemaal te begrijpen: de suggestie van dynamiek, de binding van bedrijven met het plaatsje, de steun aan het verenigingsleven.
Het enige dat niet te vatten is, is waarom deze mix onveranderlijk tot planologische rampen leidt. Waar zijn de voorbeelden dat het goed is gedaan? We hebben daarin een slechte traditie, waarvoor ook welstand geen kant-en-klare oplossing heeft.
Communicatie
‘Bezinning op herkomst is een goede aanzet voor een verkenning van de toekomst’
Eén ding is zeker: in de rol van spuit elf zal welstand niet overleven. De Federatie grijpt haar 75-jarig bestaan daarom aan om enige afstand te nemen van het traditionele welstandswerk. Welke kant gaan we op? Hoe kan welstand in de toekomst bijdragen aan de kwaliteit van de woon- en leefomgeving? Waar is welstand destijds eigenlijk om begonnen?
Bezinning op herkomst is een goede aanzet voor een verkenning van de toekomst. Het ging ook toen – begin jaren dertig – vooral om ruimtelijke kwaliteit. In alle discussies voor, tijdens en na de oorlog ging het niet alleen maar om de esthetische kwaliteit van architectuur. Het ging vooral over de inpassing van stedenbouwkundige plannen, over streekeigen bouwen, over het landschap.
Daar ligt ook de toekomstige taak. Om dat goed te doen, zullen welstandscommissies meer kennis moeten hebben op het gebied van het buitengebied en het landschap. Dat kan door uitbreiding van de commissie met landschapsarchitecten, of samenwerking met organisaties als landschapsbeheer.
En héél belangrijk: er zal meer aandacht moeten zijn voor communicatie. Burgers moeten zich serieus genomen voelen als zij over de schouder van de deskundigen meekijken naar ontwikkelingen in hun woongebied. Daarom gaat de Federatie communicatiecursussen organiseren en zal tijdens het rondje langs vijftig commissies tevens gelet worden op zaken als openbaarheid en informatievoorziening. Weet de portier in welke zaal er wordt vergaderd? En: staat de koffie klaar?
Thema: Ontwerp, Beleid
Uit NAW #21 - zomer 2006 - pagina 52-55
Auteur Dolf Dukker
Beeld Don Wijs, Peter van Breukelen en anderen
> Eind negentiende eeuw wond een groep architecten zich op over beunhazen die de omgeving van het Amsterdamse Museumplein dreigden aan te tasten. Om zich hiertegen teweer te stellen, richtte de groep een ‘schoonheidscommissie’ op, de eerste in Nederland.