De Rijksbegroting die vorige week is gepresenteerd, laat zien dat het Kabinet de nadruk legt op de sociale agenda. Een fors langjarige Investeringsprogramma voor de binnensteden, infrastructuur en groen ontbreekt. Toch zijn daar zeker belangrijke ontwikkelingen te signaleren. Het is bijvoorbeeld goed dat het Kabinet in zijn plannen ruimtelijke planning en infrastructuur met elkaar in verbinding wil brengen.

De structuurvisie Randstad 2040 geef de goede richting aan. Afgezien van enkele misverstanden, zoals de fixatie op hoogbouw en ‘'metropolitane parken'', met foute buitenlandse referenties. Sterk is de poging tot integrale benadering, waarin rood, groen en blauw allemaal in samenhang aan bod komen. En de geformuleerde ambities voor drastische verbetering van het openbaar vervoer en het stevige woningbouwprogramma verdienen steun. Zwak daarentegen is echter dat de financiële onderbouwing van deze visie niet is vastgelegd.

Het Deltaplan van de Commissie Veerman zit anders in elkaar. Dat plan - formeel nog een advies - claimt anderhalf miljard euro per jaar, toe te delen aan een eigen financiële pot, het Deltafonds, een eigen bestuursregime en een eigen wettelijk kader, de Deltawet. Het Deltaplan kiest daarmee een sectorale koers en dreigt op die manier de integrale aanpak van de Structuurvisie te doorkruisen.

Financieel gezien kan het Deltaplan zelfs de bom leggen onder Randstad 2040. Investeren in waterveiligheid heeft een urgente status weten te bereiken in de politieke arena. Dikke kans dus dat het Deltaplan hoog gaat scoren in de wedstrijd om financiële middelen binnen het fysieke domein, ten koste van die andere noodzakelijke investeringen. Zo gaat water er met het geld vandoor, ten koste van binnenstedelijke herontwikkelingen, groen en infra. En komen de ambities van Randstad 2040 op de tocht te staan.

Natuurlijk spreken alle betrokkenen uit dat de plannen voor vergroting van de waterveiligheid moeten worden ingepast in hun omgeving en dat ze onderdeel gaan vormen van integrale gebiedsontwikkeling. Maar de ervaring leert dat een sectorale, verkokerde structuur zijn eigen werkelijkheid creëert. Denk bijvoorbeeld aan de vroegere volkshuisvestingssubsidies en de oude aanpak van de bodemsanering. De afgezonderde budgetten en aparte besluitvormingskaders leidden tot sterke verkokering en te hoge, subsidie gestuurde investeringen. Zo is het niet voor niets dat ter bevordering van verbeterde vervlechting van infrastructuur met de ruimtelijke planning de politiek het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (MIRT) heeft bedacht: een bundeling van ruimtelijke en infra-investeringen. Nu we eindelijk op de moeizame weg zijn naar een meer integrale manier van denken en werken, moeten we op die route doorgaan.
Alles komt straks neer op het daadwerkelijk organiserend vermogen, centraal en decentraal, op het vervlechten van de verschillende deelbelangen en effectieve samenwerking tussen overheid en markt. Dat betekent geen apart bestuursregime voor het Deltaplan en toedeling van de investeringsmiddelen aan het MIRT. Waterveiligheid heeft terecht hoge prioriteit, maar dat rechtvaardigt nog geen semi-staatsgreep.

 

Friso de Zeeuw
Praktijkhoogleraar integrale gebiedsontwikkeling aan de TU Delft en directeur Nieuwe Markten bij Bouwfonds Ontwikkeling