Minister Jacqueline Cramer zet zich actief in voor duurzame verstedelijking, waarbij regionale ov-netwerken een sleutelrol spelen. Duurzaamheid gaat niet alleen over het gebouwniveau, ook op gebiedsniveau en het niveau van de stedelijke regio moeten we nú stappen maken. Ruimtelijke ordening moet daarom integraal worden opgepakt, vindt de minister.

Duurzaamheid is een hot issue, óók voor de bouw- en vastgoedsector. Dat bleek althans op het MIPIM in Cannes, waar ook minister Cramer van Ruimte en Milieu aanwezig was. Cramer is verheugd dat het onderwerp inmiddels hoog op de agenda lijkt te staan: “Ik vind het opvallend en verheugend dat er op de vastgoedbeurs in Cannes zoveel over duurzaamheid werd gesproken.
Er moet namelijk nog heel wat gebeuren op dit gebied. Ook aan signalen zoals het Akkoord Energiebesparing Nieuwbouw dat VROM onlangs sloot met NEPROM, Bouwend Nederland en NVB, merk ik dat het onderwerp echt leeft in de sector. De partijen willen het, ze zien ook dat het kán dat het kostenreducties met zich mee kan brengen als je van het begin af aan rekening houdt met duurzaamheid in je plan. Kostenreducties zowel voor burgers als voor ontwikkelaars. Men begint in te zien dat duurzaamheid ook een kans biedt.”
Normen aanscherpen
Toch is duurzaamheid nog geen gemeengoed voor veel bedrijven en weet ook niet iedereen hoe men concrete invulling kan geven aan duurzaamheidsmaatregelen. Volgens Cramer hoeft dat echter niet zo moeilijk te zijn: de kennis is al aanwezig. “We zijn eigenlijk al jarenlang bezig met duurzaam bouwen. Er is een rijkdom aan ervaring. Maar het is altijd een nichemarkt gebleven. De kunst is nu om het in de hele bouw geïntroduceerd te krijgen.
Dat de mainstream ook meedoet, dat het vanzelfsprekend wordt voor élke bouwonderneming. Dat is ook het streven van het convenant, zorgen dat elke onderneming met die ontwikkeling mee kan. Daarvoor moet je zorgen dat je stapsgewijs steeds meer de normen aanscherpt, maar zó dat het hele peloton mee kan doen. En dat is mogelijk, maar je kunt het niet in één klap, met de knop in één keer om, realiseren.”
Tegelijkertijd wil de minister ook de koplopers, degenen die het peloton al vooruit zijn, de mogelijkheid bieden om verder te experimenteren. Daarom zet VROM momenteel een aantal grote experimenteerprojecten op, waarbij de prestatie-eisen nog een stapje verder worden opgeschroefd. Bij deze innovatieve icoonprojecten is gekozen voor het grotere schaalniveau.
Cramer: “In deze projecten gaat het ons niet om een blokje woningen of een flatgebouw alleen, nee, meteen 3000 woningen. Anders blijft het pionieren. We moeten meteen proberen de schaalgrootte erin te brengen en te laten zien dat duurzaamheid ook op die grote schaal mogelijk is.”
‘Als het om duurzaamheid gaat, moeten we niet blijven pionieren. Het is tijd voor schaalvergroting’
Private financiering van openbaar vervoer
Bij het grotere schaalniveau gaat het bijvoorbeeld om energiebesparende maatregelen op wijkniveau. Maar duurzaamheid is meer dan energiemaatregelen voor de woning. Ook duurzame verstedelijking staat prominent op de agenda van de minister. De focus ligt daarbij op het gebied of de regio. Hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) is van cruciaal belang voor de leefbaarheid en duurzaamheid van onze steden.
Een land als Frankrijk is koploper op het gebied van succesvolle regionale HOV-netwerken. In veel stedelijke regio’s worden of zijn railvervoersystemen aangelegd door samenwerkende gemeenten, gefinancierd door lokale heffingen op werkgevers en forensen. Wat vindt de minister van zo’n systeem en is het toepasbaar in de Nederlandse situatie?
“Wat mij vooral opviel aan dat Franse systeem is het systeem van financiering. Dat was wat mij betreft echt een eyeopener. Forensenbelasting? Dat was voor mij nieuw. Wij zijn natuurlijk toch altijd heel erg aan het zoeken om zaken gefinancierd te krijgen vanuit Verkeer en Waterstaat. We hebben in Nederland nog geen andere financieringsmechanismen ontwikkeld, maar we bestuderen momenteel de mogelijkheden om overheidsgeld te combineren met private financiering.”
In de praktijk blijkt het echter moeilijk om een regionaal ov-systeem van de grond te krijgen. Prioritering is dan ook dringend nodig, vindt Cramer, ook in financiële zin. De nadruk in het ruimtelijkeordeningsbeleid moet daarom ook liggen op het versterken van de stedelijke netwerkstructuren. Het ontwikkelen van de Randstadvisie 2040 speelt daarin een belangrijke rol.
Minister Cramer: “Het gaat om keuzes maken en daaraan vast durven houden. We gaan daarbij uit van de filosofie van bundeling: het bundelen van stedelijke en bedrijfsmatige activiteiten met infrastructuur. De contramal van die stedelijke netwerken is ruimte, landschap, groen en water. Door dat geheel goed te programmeren ontstaat een prioritering in wat aan infrastructuur verder ontwikkeld moet worden in combinatie met stedelijke ontwikkeling. Als we van de Randstad een vitale en leefbare regio willen maken, dan zullen we veel strakker gezamenlijk en integraal moeten plannen.”
Het Rijk als regisseur
De Randstadvisie 2040 is een initiatief van een aantal ministeries, waarbij Cramer als coördinerend minister optreedt. Zij vindt het belangrijk dat ook haar collega’s Vogelaar (wonen) en Eurlings (V&W), maar ook staatssecretaris Huizinga (V&W) en Verburg (LNV) voor het blauw en het groen, met elkaar aan tafel zitten om een integrale visie voor de lange termijn te ontwikkelen.
Cramer: “Bovenaan staan de stedelijke netwerken met een regionale infrastructuur. Daar gaan we dan ook de komende jaren gericht al het budget op inzetten. Vervolgens gaan we verder met de stedelijke netwerken buiten de Randstad, zoals BrabantStad, het cluster Arnhem-Nijmegen en het cluster bij Enschede. Als je ook daar duidelijke netwerken definieert moet je die óók qua infrastructuur goed kunnen ondersteunen.”
De opgaven zijn integraal, maar de aanpak is die vaak niet. Met Randstadvisie 2040 wil Cramer de departementale sectoralisering doorbreken. Cramer is optimistisch over de integrale aanpak, ook op de andere schaalniveaus. “Ik zie overal om mij heen dat overheden en bedrijven zaken veel meer geïntegreerd oppakken. Gebiedsontwikkeling bijvoorbeeld is al gemeengoed geworden.
Mensen zien de meerwaarde van integrale ontwikkeling. Ik vind dat ook het leuke van ruimtelijke ordening. Als Rijk moet je daarin in eerste instantie de regie nemen. Regie op hoofdlijnen is gewoon noodzakelijk. Maar andere zaken moet je decentraal laten. De kunst is om daar een balans in te vinden met provincies en gemeenten. Wat betreft de regionale OV-netwerken ligt de doorzettingsmacht met de nieuwe WRO heel duidelijk bij de provincies. De regie komt vanuit het Rijk, maar vervolgens ga je het samen doen.”
‘Als Rijk moeten we op hoofdlijnen de regie nemen en andere zaken decentraal laten’
Almere
Een inspirerend voorbeeld van inzetten op duurzame verstedelijking vindt Cramer Almere, waar een opgave ligt van 60.000 woningen tot 2030.
JacquelineCramer: “Een gigantische opgave. Dan moet er natuurlijk een oplossing komen voor het ov-systeem. Als Rijk zijn we actief betrokken bij de verstedelijkingsopgave van Almere. Ook hier proberen we de gelden van V&W en LNV integraal in te zetten. Men is in Almere heel erg bezig met Cradle to Cradle en met actieve participatie van burgers. Ook dát is duurzaam omgaan met verstedelijking. Ik merk dat het geheel van de aanpak van Almere een enorme boost geeft, mensen worden ontzettend enthousiast, niet alleen planners, ook projectontwikkelaars en burgers. Kijk, dat bedoel ik nou als ik zeg dat ro echt een heel leuk vak is.”
Hoogwaardig openbaar vervoer als sexy oplossing
Tijdens de MIPIM in Cannes organiseerde Bouwfonds Property Development samen met Building Business een lunchsymposium over kansen en dilemma’s rond gebiedsontwikkeling en openbaar vervoer. Ook minister Cramer was daarbij aanwezig. Zij pleitte daar voor het terugdringen van auto’s uit de steden: “De steden moeten zó aangenaam wonen en leven zijn, dat bewoners er helemaal niet meer uit willen.”
Dat zou heel wat problemen oplossen, zoals een dichtslibbend landschap en een bereikbaarheidsprobleem voor vrijwel alle stedelijke regio’s. Het openbaar vervoer kan een belangrijke rol spelen in het leefbaar houden van onze steden. Ook andere aanwezigen op het symposium pleitten voor een focus op hoogwaardig openbaar vervoer in en tussen de Nederlandse steden.
“De tram is sexy”, zo zei Jaap Modder, bestuursvoorzitter van de stadsregio Arnhem Nijmegen en gespreksleider van het lunchsymposium. Pamela Bouwmeester, directievoorzitter van NS Poort, ziet de stations van de toekomst als ontmoetingsplekken, waar behalve geshopt en gewerkt ook
gewoond en geleerd kan worden. NS Poort heeft dan ook steeds meer oog voor de gebieden rond die stations en wordt daarmee gebiedsontwikkelaar, die levendige mixed-use gebieden wil ontwikkelen, bestemmingsplekken met nieuwe functies en met aandacht voor ketenmobiliteit, ofwel de aansluiting op andere vormen van vervoer.
Ook minister Cramer vindt dat de gehele omgeving van een station meegenomen moet worden in de ontwikkeling ervan. “We moeten nu de slag maken naar de spooremplacementen en de gebieden eromheen. Dat zijn gebieden met een enorme potentie. Het is een volgende stap waar ook de markt een substantiële bijdrage aan kan leveren.”
NAW Onderzoeksdossier gebiedsontwikkeling en ov
Dat betekent wel dat de nu nog zo gescheiden werelden van ro en ov nader tot elkaar moeten komen. Wat daarbij de kansen en valkuilen zijn en hoe dit in het buitenland gebeurt, onderzocht wetenschapper Rob van der Bijl. De resultaten van zijn onderzoek staan in het NAW Onderzoeksdossier ‘Integrale gebiedsontwikkeling en openbaar vervoer’, dat Bouwfonds Property Development deze maand publiceert. Lezers van NAW ontvangen het tegelijk met dit magazine. Wilt u een exemplaar bijbestellen of downloaden? Dat kan, via www.naw.nl
Thema: Beleid
Uit NAW #28 - Juni 2008 - pagina 32-35
Auteur Anne Luijten
Beeld Adrie Mouthaan