"Klanten verlangen van een moderne ontwikkelaar dat hij kwaliteit levert en oog heeft voor wat zij willen. Ze kunnen dat vragen, omdat de woningmarkt fundamenteel verandert," zegt Diana de Jong, directeur Innovatie van Bouwfonds Ontwikkeling. "De nieuwe woonconsument bepaalt zelf wat kwaliteit is en duurzaamheid speelt daarin een steeds grotere rol. Ontwikkelaars en andere spelers op de woningmarkt zullen daarop antwoord moeten geven."

Stel je voor: een woonwijk waar optimaal gebruik wordt gemaakt van zonne-energie. Acht van de tien woningen zijn op de zon georiënteerd. Zonnepanelen op de daken van die woningen zetten zonlicht om in stroom. Veel woonstraten zijn groen en autovrij, en ingericht met speciale bestrating en speelvoorzieningen. De wijk staat vol met de meest uiteenlopende soorten woningen van verschillende architecten, zodat elke koper er wel iets van zijn gading vindt. En natuurlijk zijn er goede voorzieningen: scholen, kinderdagverblijven, winkels, horeca, medische voorzieningen, een wijkcentrum en een sportcomplex.

 

Die wijk bestaat

Zo'n wijk klinkt als de werkelijkheid geworden droom van de moderne woonconsument. Die consument is kritisch, veeleisend, milieubewust. Hij heeft oog voor duurzaamheid en veiligheid. Hij denkt bijvoorbeeld na over de aanschaf van een hybride auto (of heeft er al een). Het woord 'emissieneutraal', tot voor kort abacadabra, zegt hem écht iets: hij weet dat het betekent dat een wijk net zoveel energie verbruikt als oplevert.

Het mooie is: die wijk bestaat. Hij ligt in Heerhugowaard, en hij heet Stad van de Zon. Bouwfonds Ontwikkeling is er sinds de start nauw bij betrokken. In deze woonwijk met zo'n 1600 woningen, streven alle

Stad van de Zon, Heerhugowaard
betrokken partijen samen naar CO2-emissieneutraliteit. Zonnepanelen, super energiezuinige woningen, windturbines en 175 hectare recreatiegebied bestaande uit bos en 75 hectare (zwem)water dragen daaraan bij. Naar verwachting worden in 2012 de laatste delen van Stad van de Zon voltooid. Heerhugowaard heeft zelfs als ambitie om in 2030 geheel emissieneutraal te zijn.

 

Interactieve ontwikkelaar

Het plan voor deze nieuwbouwwijk dateert al uit 1993. Toen stond zonne-energie nog aan het begin van de technische ontwikkeling. Al Gore was net vice-president van de Verenigde Staten geworden, en nog lang niet de maker van de klimaatfilm 'An Inconvenient Truth'. In Heerhugowaard nam de gemeente, gesteund door energiebedrijven en ontwikkelaars, een moedig besluit om voor de muziek uit te lopen en te anticiperen op veranderingen in de energievoorziening. Intussen is de Stad van de Zon een begrip geworden.

 

Sinds 1993 heeft Bouwfonds steeds oog gehad voor de stakeholders van deze gebiedsontwikkeling. We hebben gekeken naar nieuwe ontwikkelingen, naar de wensen van opdrachtgevers, consumenten en anderen, naar kwaliteit en duurzaamheid. Wat mij betreft is die werkwijze - nadrukkelijk georiënteerd op wat de consument wil - richtinggevend voor hoe we in de toekomst nog sterker zullen opereren als moderne, klantgerichte, interactieve ontwikkelaar. We zullen eerder in het ontwikkelingsproces betrokken zijn, en eerder dan tot nu toe gebruikelijk met gemeenten en bewoners moeten praten.

 

Werkprocessen aanpassen

Klanten verlangen van een moderne ontwikkelaar dat hij kwaliteit levert en oog heeft voor wat zij willen. Ze kunnen dat vragen, omdat de woningmarkt fundamenteel verandert. Die verandering is structureel en overleeft dus ook de huidige economische crisis. Het gaat niet meer om kwantiteit, maar om kwaliteit. En wat die kwaliteit is (van de woning en de woonomgeving), dat bepalen de consumenten zelf. Duurzaamheid zal daarin een cruciale rol spelen.

Ontwikkelaars zullen daarop antwoord moeten geven. Luisteren naar wat consumenten willen, snel inspelen op veranderende vragen uit de markt, kwaliteit leveren. Bewoners betrekken bij

Diana de Jong, Directeur Innovatie
ontwikkelingsprocessen en deze zo inrichten (bijvoorbeeld via innovaties) dat mensen er invloed op hebben.

Voor Bouwfonds en andere ontwikkelaars zal dat een verandering zijn, net als voor de andere spelers op de woningmarkt: gemeenten, andere opdrachtgevers, architecten en woningcorporaties. Het zal flexibiliteit vergen, de bereidheid om onze werkprocessen kritisch te bekijken en zonodig aan te passen. Dat kan ons ook veel opleveren. We kunnen ons werk als het ware opnieuw uitvinden.