Hoe maakbaar is de identiteit van een stad of wijk? En welke rol kunnen gebiedsontwikkelaars daarin spelen? Inspiratie en discussie rond oude en nieuwe identiteiten,in het nieuwe NAW magazine.

‘De stedelijke identiteit is niet een statische toestand van zijn, maar een dynamisch proces van worden’, staat te lezen in ‘De verbeelding van de stad’, een publicatie van DGW/NETHUR (2003). ‘Worden’, dat is waar Almere en Lelystad al ruim veertig jaar mee bezig zijn. Wat betekent dat voor hun identiteit? En voor die van de toekomst? Twee beleidsmakers over het wordingsproces van hun groeiende poldersteden.

 

Alex van Oost, gemeente Almere

‘Duurzaamheid wordt ons selling point’

Volgens Alex van Oost, Senior Adviseur Milieu en Stedelijke Ontwikkeling in Almere, is er voor zijn stad een spannend moment aangebroken:

“Eigenlijk zitten we sinds de stichting van Almere begin jaren zeventig nu tegen de tweede groeifase aan. We gaan doorgroeien van 184.000 inwoners nu naar 350.000 in 2030. Er moeten 60.000 woningen bij komen en 100.000 arbeidsplaatsen.” En dat betekent keuzes maken, kijken of de oorspronkelijke ideeën over het karakter van de stad, nog wel passen bij de huidige groeistrategie. Van Oost: “Almere is wel de antistad genoemd, de antistedelijke stad. In de eerste ontwerpen is uitgegaan van een gelijkwaardige positie tussen stad en landschap: van verscheidene kernen in het groen.

‘Wij blijven een suburbane stad, maar er komen steeds meer stedelijke momenten’

 

Almere

184.000 inwoners – groeit door tot 350.000 Gemiddelde waarde m2 vrije kavel Almere: € 350 - 375 Gemiddelde waarde woning: € 220.000

De stad is omgeven door natuur en landschap, en ook in de stad zelf is veel blauw en groen aanwezig. Eigenlijk was dat in die tijd vloeken in de kerk: een centrale stad was hét concept. Terwijl Almere is opgepakt als één groot landgoed. Niet voor de elite, maar voor een kwart miljoen mensen. In de jaren zestig, zeventig was nog niet bekend of de stad 100.000 inwoners zou krijgen, of misschien wel 250.000. Het was dus belangrijk dat de stad door zou kunnen groeien, niet op slot zou gaan. Dat er sprake was van een flexibel raamwerk, waarbinnen verdere groei mogelijk zou zijn. Dat flexibele raamwerk zie je nog steeds terug in de stad. Er is gekozen voor een meerkernige opzet, dat geresulteerd heeft in vier kernen: Almere-Haven, -Buiten, -Stad en -Poort.

Vanuit het Rijk is nu bij Almere de vraag neergelegd om verder door te groeien ter versterking van de Noordvleugel en ook om het Groene Hart te ontlasten. Om deze opgave een duidelijke kwalitatieve richting te geven hebben wij de Almere Principles opgesteld. Deze zeven uitgangspunten voor duurzame stedelijke ontwikkeling bouwen voort op de huidige kernkwaliteiten van de stad.”

Lelystad

73.000 inwoners – groeit door tot 100.000 Gemiddelde waarde m2 vrije kavel Lelystad: € 200 - 225 Gemiddelde waarde woning: € 185.000

Meer stedelijke momenten

Die sterke groei – bijna een verdubbeling van het aantal inwoners – dwong de stad zich opnieuw te bezinnen op zijn oorspronkelijke opzet: ruim wonen tussen het groen. Van Oost: “Almere is altijd de suburbane stad geweest met eengezinswoningen. Die monotonie willen en moeten we doorbreken – we willen een complete stad worden. Er is de laatste jaren al een prachtig stadscentrum aangelegd – in veel wijken, zoals in Almere Poort wordt ook meer stedelijk gebouwd. We blijven een suburbane stad, maar er komen steeds meer stedelijke momenten. Het leidende thema bij de groei is duurzaamheid. In het DNA van de huidige stad is al veel ruimte voor vrije busbanen, fietspaden en grote arealen groen en blauw. Veel woningen hebben stadswarmte.

Duurzaamheid zal in de toekomst meer en meer een selling point van de stad worden. Ook in de arbeidsplaatsen die we gaan creëren. We gaan specifieke bedrijvigheid en kennisindustrie aantrekken, onder meer op het gebied van duurzame gebiedsontwikkeling. De komende tijd wordt verder gewerkt aan de ontwikkeling van een Structuurvisie Almere 2030+, waarin vastgelegd wordt of we meer richting de oostzijde, de westzijde of naar beide richtingen gaan uitbreiden. Dit is het tweede begin van Almere. Een unieke opgave.”



Jop Fackeldey, gemeente Lelystad

‘Genieten, dat is de rode draad in Lelystad’

Ook die andere ‘polderstad’ groeit. Toch maakt Lelystad andere keuzes dan haar grote zus Almere. Wethouder stadsontwikkeling Jop Fackeldey:

“Lelystad groeit met een menselijke maat. Er zijn weinig steden waar zo veel afwisseling in ‘groen’ en ‘blauw’ is. En nergens kun je zo veel beschikbare kavels voor particulier opdrachtgeverschap vinden, ook aan het water en in het groen. Kijk naar het nieuwe stadsdeel Warande: daar zit je als je de wijk uitgaat altijd snel aan een groot water of in het bos. Wij bieden een hoge woonkwaliteit. Lelystad maakt een opmerkelijke upgrade door op dit moment. Nu duidelijk is dat de Markerwaard er niet komt, geeft dat ons de kans om een mooi woon- en toeristisch gebied aan het water te maken. We krijgen een luchthaven voor Europees vliegverkeer, we hebben een nieuwe passantenhaven met Batavia Stad Shopping en de Bataviawerf om de hoek. De kust wordt stap voor stap verder ontwikkeld. Het stadshart wordt uitgebreid met tientallen aansprekende nieuwe winkels en samen met Staatsbosbeheer maken we het natuurreservaat de Oostvaardersplassen toegankelijker. Met de spoorverdubbeling via Almere sta je straks binnen veertig minuten op Amsterdam CS, maar je kunt van hier ook binnen veertig minuten in Zwolle zijn.”

Het water als aanjager

Maar een toekomstbestendige stad haalt het niet met prettig wonen en recreëren alleen. Ook Lelystad kiest voor meer bedrijvigheid en bijbehorende arbeidsplaatsen. Al is die aard van die bedrijvigheid duidelijk anders dan in Almere. Jop Fackeldey: “De uitgaande pendel in Lelystad is nog te fors. We zijn hard bezig om die in te lopen. De uitbreiding van de luchthaven zal een forse impuls geven aan de werkgelegenheid. Een aantal hbo-opleidingen van Hogeschool Windesheim gaat binnenkort van start, onder meer retailmanagement en economie. Aan de noordkant van de stad ontwikkelen we een bedrijvenpark aan het water met een overslaghaven voor containers en stukgoed.

Natuurlijk groeien we minder snel dan Almere, maar de vraag is of dat erg is. Nee, we ondervinden geen concurrentie van Almere, integendeel. We zien Almere voornamelijk als groeipartner. Ik zeg vaak: als het in Almere regent, druppelt het in Lelystad. Wij maken precies de groei door die we nodig hebben. Je ziet nu trouwens een verhuisbeweging van Almere naar Lelystad – van mensen die zich realiseren dat je hier maar een kwartiertje verder van Amsterdam zit – met een veel betere prijs-kwaliteitverhouding als het gaat om grondprijzen en aankoopprijzen van nieuwe woningen.

Die verhouding was de basis van de succesvolle bouw van woonwijken als de Hollandse Hout, Landstrekenwijk en De Landerijen. We zijn een tikkeltje eigenwijs, varen een eigen koers. Almere bouwt stedelijker, wij kunnen minder dicht bouwen, in lagere eenheden. Wij willen onszelf profileren als een plaats waar je met plezier wilt zijn. Genieten in Lelystad, dat is de rode draad: wonen, werken en leven in de buurt van natuur en aan het water. En het begint vorm te krijgen, als mensen hier geweest zijn, zeggen ze: ‘Een prachtige stad en er is echt veel te beleven.’”

Pickuptrucks in de polder

De manier waarop Almere en Lelystad vormgeven aan hun groei heeft alles te maken met de identiteit van de stad die ze willen zijn, met het imago dat ze willen opbouwen. Hoe ziet citymarketeer Eduard Dirkzwager dat imago?

Eduard Dirkzwager vanCitymarketingbureau Merkator: “Hetgrote verschil tussen de twee steden zit hem in mijn ogen toch nog steeds in de regio waar ze bij (willen) horen. Almere maakt onderdeel uit van het daily urban system van Amsterdam, net als de Zaanstreek, Haarlem en het Gooi.

In Almere gebeurt ook veel meer, er wordt meer gebouwd, de stad groeit sneller dan de rest van Flevoland. Er is een hoop actie, er is architectuur; Almere wordt ook wel de dubbelstad van Amsterdam genoemd. Lelystad heeft toch een heel ander imago. Het is een losstaande stad die het zelf moet zien te redden. Het is veel meer een eigen merk op zich: als hoofdstad van Flevoland. Wat men in Lelystad zouden moeten doen, is heel goed bepalen: wie zijn wij wat is onze positie? Wat is ons bestaansrecht behalve dat er huizen staan en we een lap grond hebben liggen hier? In dit soort regio’s zie je net als in het noorden en het oosten dat het moeilijk is je bevolking vast te houden – vooral jongeren en beter opgeleiden.

Uit de atlas van Nederlandse gemeentes kwam ook weer naar voren dat de hoogopgeleide bevolking erg hecht aan culturele voorzieningen. En die missen ze in Lelystad. Dat Lelystad nu de slag naar het water toe gaat maken is, denk ik, een goede keuze. Dat is waar mensen willen zijn, daar willen ze wonen en verblijven.Wat ik zelf wel een leuke aanpak zou vinden voor Lelystad: een vergelijking trekken met Australië of Nieuw-Zeeland. Met het pioniersgevoel en de ruimte in die landen. Dat zou een goede identiteit kunnen zijn. Dat het de stad wordt van de pick-uptrucks en de ruimte, waar je nog een goed stuk grond kunt krijgen. Vrije kavels zat natuurlijk. Daar hoort ook een bepaald slag mensen bij: wat stoerder, onafhankelijker, ondernemend. Die hun gereedschap in de stad gaan kopen. En er hoort ook een vliegveld bij. Nou ja, ik associeer maar wat uit de losse pols. Maar het is wel leuk om over na te denken.”

Uit NAW #29 - september 2008 - pagina 40-45
Auteur Hilde Postma
Beeld Agnes Kappert