Bas van de Griendt, milieumanager bij Bouwfonds Ontwikkeling, raakt niet zo gauw van slag van een crisis. Het kan tot goede dingen leiden, vindt hij. "In het verleden zagen we dat elke crisis een slinger gaf aan het milieubewustzijn. Neem nou de oliecrisis in de jaren zeventig. Samen met het rapport ‘Grenzen aan de Groei' van de Club van Rome vormde het de aanzet tot de eerste ‘groene golf'. Wat we daarvan leerden is dat toegang tot energievoorraden enorm belangrijk is. We gingen energie besparen omwille van de voorzieningszekerheid, we wilden onafhankelijk zijn van leveranciers van fossiele brandstoffen en politiek instabiele regimes. Als gevolg daarvan gingen we het Nederlandse aardgas gebruiken en bovendien woningen isoleren."
Iets soortgelijks gebeurde tijdens de tweede ‘groene golf' in de jaren tachtig. De Lekkerkerk-affaire - die speelde tegen een achtergrond van een instortende woningmarkt - maakte Nederland bewust van vervuilde grond, zegt Bas van de Griendt. "En ook van het falen van de markt: we wisten niet dat een milieuaspect zulke economische schade kon opleveren. Een flinke oppepper voor het milieudenken."
De derde groene golf die thans over ons land spoelt, vertegenwoordigd door Al Gore, heeft ons verder aan het denken gezet over de milieukwaliteit. De angstscenario's van klimaatveranderingen en een steeds sterker stijgende zeespiegel maakt ook Nederland rijp voor vergaande energiebesparende maatregelen. Wederom in tijden van financiële crisis.
Verbetering deze tijd van financiele crisis
Alle groenen golven en het milieubewustzijn ten spijt, een belangrijke reden om energie te besparen is de laatste jaren min of meer naar de achtergrond verdrongen, zegt Bas van de Griendt. "Namelijk die van economische efficiency. Ofwel: omdat we er geld mee kunnen verdienen! De laatste jaren is de reductie van CO2 steeds belangrijker geworden. Als het om woningbouw gaat, vertaalt zich dat in een steeds verdergaande aanscherping van de energieprestatie norm (EPN). Bij vastgoed- en gebiedsontwikkeling én bij vastgoedfinanciering ligt de focus meestal op energiebesparing vanwege de milieukwaliteit. Althans voor de woningbouw.
Wet- en regelgeving schrijft voor dat we, omwille van klimaatverandering, steeds energiezuiniger en duurzamer moeten bouwen. Dat we energie moeten besparen vanuit het motief van economische efficiency, dus omdat we er geld aan kunnen verdienen, daar hebben we het eigenlijk nauwelijks over. Het probleem is dat de kosten en baten niet goed verdeeld worden. Split incentives heet dat met een mooi woord. In de praktijk zien we dat een investeerder in een besparende techniek vaak niet degene is die de kostenbesparing incasseert. Iets waar bijvoorbeeld woonconsumenten zich nog nauwelijks van bewust zijn. Dat is kenmerkend voor het energievraagstuk."
De huidige financiële crisis zie ik als een aanleiding daar verandering in te brengen, zegt Bas van de Griendt. "Het belang van de aandeelhouder (share holders value) telt straks vermoedelijk minder zwaar, dat van de klant (client value) wordt belangrijker. Het afleggen van maatschappelijke verantwoording zal door deze financiële crisis daarmee hoger op de agenda komen te staan. Als je dat vertaalt naar het milieu en duurzaamheid denk ik dat de crisis ons dwingt meer voor de belangen van woonconsumenten op te komen: what's in it for me? Iets waar tot nog toe gemakkelijk aan voorbij wordt gegaan door bedrijven, omdat er veel geld is te verdienen met energie. Geld dat betrokken partijen graag in hun eigen zak steken.
Het wordt tijd dat de energiebesparende consument meedeelt in dat voordeel. Heb je stadsverwarming of ben je aangesloten op een warmtenet en verbruik je daardoor met je wijk veel minder energie? Dan moet je dat ook gaan merken in je portemonnee. Ik verwacht dat we dáár de veranderingen gaan zien. Duurzaamheid in tijdens van crisis. Dat is wat Gabriel Garcia Marquez ‘liefde in tijden van cholera' noemde. Typisch geval van een milieuparadox!"