Aan enthousiasme ontbreekt het Sander van Bodegraven niet. Rustig zijn woorden afwegend, maar tegelijkertijd vol vuur praat de Arnhemse wethouder van onder andere ruimtelijke ordening en volkshuisvesting over het Rijnboogproject. Een megaklus, die in de komende twintig jaar de binnenstad van Arnhem met de Rijn moet verbinden. ‘Kern van het plan is dat de stad niet naar het water maar het water juist naar de stad wordt gebracht.’ Een zeer ambitieus project, dat de gemoederen in Arnhem dan ook al jaren bezighoudt. ‘Logisch’, erkent Van Bodegraven, ‘het is een bijna on-Arnhems plan en dat roept nu eenmaal weerstanden op.’ Een verhaal over hoe Arnhem op weg is naar de toekomst.
De wens om van het gebied tussen het station en de Rijn een aantrekkelijke en vooral samenhangende omgeving te maken, leeft al decennia - lang in Arnhem. Het gebied heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog nogal te lijden gehad. En tijdens de wederopbouwperiode zijn er wat ongelukkige grootschalige ingrepen geweest die het gebied er niet fraaier op hebben gemaakt.
Diverse plannen zijn in de loop der jaren dan ook de revue gepasseerd, maar zijn vervolgens stuk voor stuk ergens onderin een bureaulade beland. De behoefte om Arnhem een centrum te geven dat niet alleen de positie in de regio zou versterken, maar waarop voor al ook de bevolking trots kan zijn, werd er echter niet minder om.
In 2002 werd deze wens eindelijk tastbaar in de vorm van het ‘Schets boek’ met de eerste stedenbouw kundige voorstellen van de Spaanse architect en stedenbouwkundige Manuel de Solà-Morales. ‘In zijn schetsen ging hij ervanuit om door middel van een haven de Rijn naar de stad te brengen. Nog steeds ervaar ik dit als een geweldige oplossing’, zegt Van Bodegraven.
Verder voorzag het stedenbouwkundige plan in het betrekken van de Arnhemse buurten Coehoorn, Paradijs en Rijnkade bij de binnenstad. Door het aanleggen van nieuwe straten, pleinen, leefblokken met woningen, parken en lanen, wordt eenheid gebracht in de nu nog onsamenhangende buurten.
Masterplan
‘Kern van het plan is dat de stad niet naar het water maar juist het water naar de stad wordt gebracht’
Deze stedenbouwkundige visie die voor eens en altijd met het verleden zou moeten breken, werd binnen Arnhem met het nodige enthousiasme begroet. Het moest een eerlijke kans krijgen en niet zoals de voorgaande initia tieven in de vergetelheid raken.
De gemeente Arnhem ging voor het opstellen van het concept-Masterplan een samenwerkings verband aan met de marktpartijen Blauwhoed, BPF Bouwinvest, Bouwfonds MAB Ontwikkeling, Portaal en Vesteda. Daarnaast schoven ook de provincie Gelderland en het Knooppunt Arnhem Nijmegen (KAN) aan tafel.
Deze samenstelling is volgens Van Bodegraven niet toevallig tot stand gekomen. ‘Er is toen vooral gezocht naar marktpartijen die elkaar meer aanvullen dan beconcurreren. Uiteindelijk zijn we daarin geslaagd, en hebben met de publieke en private partijen een goede mix gevonden voor verdere samenwerking.’
Françoise Dechesne, directeur projecten van Bouwfonds MAB Ontwikkeling, zegt dat deze sa
menstelling van het team voor de verdere voortgang van belang is geweest. ‘Los van de samenwerking, die vanaf het allereerste begin prima was, was het van de gemeente Arnhem een verstandige keuze om al bij het opstellen van het Masterplan marktpartijen te betrekken. Ieder kon vanuit zijn eigen rol kennis en ervaring inbrengen, waardoor je met reële planvorming bezig was. Vanaf 2001 hebben wij in de projectgroep Rijnboog gezeten en hebben dat als zeer prettig ervaren.’
Het concept-Masterplan werd in de zomer van 2004 vastgesteld. Het voorziet in een fasegewijze uitvoering van het Rijnboogproject. De invulling van het woon- werk- en culturele programma maakt het Masterplan compleet. Dechesne: ‘Per deelgebied hebben we de gewenste identiteiten omschreven. In z’n totaliteit maakt Rijnboog Arnhem stadser. Niet alleen qua uitstraling, maar ook op het gebied van woningdifferentiatie.’
De vaststelling van het Masterplan door de gemeenteraad wordt door Van Bodegraven als een mijlpaal gezien. ‘Daarmee werd toch min of meer besloten dat we met Rijnboog op de goede weg waren.’ Toch ontstond er kort na deze definitieve vaststelling de nodige discussie over de noodzaak van een grootschalig project. ‘Deze aarzeling’, zo formuleert Van Bodegraven voorzichtig, ‘leidde uiteindelijk wel tot de nodige vertraging.’
Tekort
Als deze hobbel eenmaal is genomen, doemt er echter al snel een volgende op. Doorrekening van de verschillende deel gebieden levert namelijk een tekort van tussen de vijftig en zestig miljoen euro in de grondexploitatie op. Dechesne: ‘De leden van de projectgroep kregen de opdracht te zoeken naar mogelijkheden om dit gat te dichten.’
Tegelijkertijd werden Manuel de Solà-Morales en Urhahn Urban Design gevraagd het Masterplan voor de eerste fase te optimaliseren. Dit alles resulteerde in oplossingen als minder sloop van bestaande bebouwing, minder detail handel en kantoren maar wel meer cultuur programma. Voorzieningen als een theater, museum en bioscoop worden straks zoveel mogelijk rond de nieuw te maken haven gerealiseerd. Een nieuwe bibliotheek als onderdeel van het zogenoemde kenniscluster wordt in deelgebied de Nieuwe Havenstraat gevestigd.
Van Bodegraven: ‘Door deze verschuivingen hebben we het tekort redelijk weten terug te brengen. Het restant kunnen we afdekken met bijdragen van het ministerie van VROM in het kader van Budget Investeringen Ruimtelijke Kwaliteit (BIRK) en de provincie Gelderland. Daarnaast hebben wij zelf ook nog een spaarpotje.’
Op 13 februari van dit jaar stemde de Arnhemse gemeenteraad in met de Herdefinitie fase 1 van Rijnboog. Opluchting bij Van Bodegraven, die in een persbericht als volgt reageerde: ‘Het startsein voor Rijnboog is gegeven en dat vind ik een belangrijk wapenfeit voor deze periode. Vervolgens is er nu werk aan de winkel; nieuwe planningen maken, amendementen van de raad bestuderen, verschillende procedures voorbereiden, communiceren met bewoners en belanghebbenden, nu gaat het echt beginnen.’
‘Dat gevoel’, zegt hij nu, enige maanden later, ‘had ik toen en heb ik nog steeds. De herdefinitie van fase 1 is ook voor Rijnboog goed geweest. Het heeft ons gedwongen nog eens goed naar een aantal zaken te kijken. Daardoor hebben we ingrepen kunnen doen om het plan nog beter te maken. Met minder kantoren en minder sloop van bestaande bebouwing voegt het plan zich nu nog beter naar de bestaande stad. En’, vervolgt hij, ‘we hebben er goed aan gedaan om niet te blijven doormodderen nadat het tekort was geconstateerd. We hebben tegen elkaar gezegd: ‘We gaan er rigoureus mee aan de slag’ en dat hebben we gedaan.’
Deelplannen
Dechesne en ontwikkelingsmanager Gijs Molenaar onderschrijven dit standpunt. Molenaar: ‘Er is niet aan kwaliteit ingeboet. En dat gevaar ligt natuurlijk altijd op de loer wanneer je in kosten naar beneden moet.’
Voor de marktpartijen binnen de projectgroep is nu inmiddels een nieuwe fase ingegaan. Zij zijn druk bezig met het uitwerken van de plannen. Per deelgebied houdt één marktpartij of een combinatie van partijen zich daarmee bezig. Voor Bouwfonds MAB betekent dit de bibliotheek aan de kop van de Nieuwe Havenstraat, woningen en detailhandel op het Bartokplein en cultuur, detailhandel en woningen aan de oostzijde van de Haven.
Dechesne: ‘Het is een logische wens van de gemeente geweest om een knip in de plannen te maken. Een te omvangrijk project is immers moeilijk te beheersen. Een aandachtspunt blijft evenwel voor ons als marktpartij hoe hierdoor, zeg maar, het zoet en zuur met elkaar te verevenen.’
Van Bodegraven: ‘Het Masterplan is één geheel. Maar het is nooit onze bedoeling geweest om van Rijnboog één project te maken. De ervaring leert dat zo’n omvangrijk project inderdaad lastig te beheersen is en kostenoverschrijdingen in de hand werkt. De partijen zijn nu gevraagd om met plannen te komen. Inhoudelijk zijn er goede gesprekken gevoerd, maar ik constateer wel dat het wat betreft de financiën een stuk moeizamer gaat. Per deelgebied voeren wij nu nieuwe onderhandelingen. En dat doe je om eruit te komen. Maar het zal duidelijk zijn dat we per deelgebied bepaalde opbrengsten moeten genereren.’
Referendum
‘Vanzelfsprekend moet het plan uiteindelijk ook door de stad worden gedragen’
Françoise Dechesne en Gijs Molenaar laten zich daardoor vooralsnog niet uit het veld slaan. ‘Natuurlijk is het uiteindelijke resultaat van de komende gesprekken per deelgebied cruciaal en bepaalt die uitkomst of en zo ja op welke wijze we aan de slag gaan. Kenmerkend is dat het enthousiasme voor het plan volop aanwezig is. De kracht ervan is dat hiermee een geheel nieuwe identiteit aan Arnhem kan worden gegeven.’
Dat besef leeft ook in Arnhem zelf. Vandaar dat Rijnboog de gemoederen in de afgelopen jaren flink heeft beziggehouden. ‘Is het allemaal wel nodig? En die haven, wordt dat geen stinksloot?’
Van Bodegraven kent de scepsis onder de bevolking. Tijdens de vaststelling van de Herdefinitie fase 1 van Rijnboog speelde de vraag om een referendum te houden over wel of geen haven. Dat ging een meerderheid van de raad net een stap te ver, maar volgend jaar worden de varianten van de uitwerking van de haven wél via een referendum aan de bevolking voorgelegd.
Dechesne: ‘Ik vind dat wel goed. Laat de bevolking maar kiezen. We werken immers aan hun directe woon- en werkomgeving. Vanzelfsprekend moet het plan uiteindelijk ook door de stad worden gedragen.’
Van Bodegraven ziet in het referendum – of zoals hij het noemt: ‘preferendum’ – een mogelijkheid om de bevolking intensief bij het Rijnboogproject te betrekken. Want terugkijkend op de afgelopen jaren is dat zijn grootste zorg geweest. ‘Het is logisch dat een project van deze omvang te maken heeft met een doorlooptijd van tien jaar tussen initiatief en uitvoering. Het lastige is dat over de bühne te brengen en de bevolking niet alleen enthousiast te krijgen, maar vooral te houden.’
Valkuil
Momenteel treft de gemeente voorbereidingen om de Arnhemmers actief bij de planvorming van de haven te betrekken. ‘Dus niet alleen maar informeren, maar ze ook interactief een rol geven in het proces. Dat hebben we wellicht te weinig gedaan.’
Zijn blik dwaalt af naar de plankaart van het Rijnboogproject die voor hem op tafel ligt.Dan zegt hij na een korte stilte: ‘Als ik terugkijk op het proces dan hebben we te lang stilgestaan bij details in het Masterplan terwijl die discussies daarover juist pas bij de daadwerkelijke uitwerking van de plannen thuishoorden. Het heeft daardoor te veel weerstanden opgeroepen waardoor voor- en tegenstanders lijnrecht tegenover elkaar kwamen te staan.
Met de presentatie van maquettes en tekeningen geef je misschien te veel het gevoel dat alles al vastligt en besloten is, terwijl het natuurlijk onmogelijk is om een plan met een uitvoeringstijd van twintig jaar helemaal dicht te timmeren. Maar juist dat aspect is onvoldoende belicht, waardoor we in de valkuil zijn getrapt dat het te veel over details en te weinig over de visie ging.’
‘Laten we eerlijk zijn’, vervolgt Van Bodegraven, ‘Arnhem is natuurlijk een degelijke, sobere brave provinciestad en Rijnboog gaat over een heel groot gebied. Het omarmen van een dergelijk plan roept weerstanden op, dat mag duidelijk zijn. Toch is de uitvoering van Rijnboog voor de toekomst van Arnhem van belang. Het toe voegen van kantoren, detailhandel en aan verwante diensten levert 4000 extra banen op.
We voegen in totaal 700 woningen in het gebied toe. Een deel daarvan is bestemd voor de hogere inkomens, omdat we die nu totaal niet kunnen huisvesten. Ook de 55-plussers die voorzieningen binnen handbereik willen hebben, vormen daarbij een belangrijke doel groep. En ten slotte biedt het plan mogelijk heden voor culturele voor zieningen met nieuwe concepten in een geheel eigen sfeer. Kortom, het levert Arnhem uiteindelijk heel wat op.’
Rijnboog Arnhem in vogelvlucht
Cultuur krijgt in het gebied speciale aandacht en neemt een flink aantal vierkante meters in beslag. Rijnboog draagt bij aan een nieuwe dynamiek van de binnenstad en versterkt Arnhem in zijn positie als het hart van de regio. Een centrum waarin cultuur mede het beeld bepaalt en waar een grote variëteit aan binnenstedelijke woonen werkmilieus te vinden is. Het project is opgeknipt in de deelgebieden Coehoorn Noord-Oost, Coehoorn Zuid, Nieuwe Havenstraat, Bartokplein, Haven West, Haven Oost en Paradijsgebied.
Het aanleggen van de haven is een van de belangrijkste pijlers van het plan. Hierdoor wordt het water als het ware de stad ingebracht. Naast woningen en detailhandel wordt bij de haven ook het zogenoemde cultuurplein gerealiseerd. De voetgangersroute van het station naar de haven voert straks langs een aaneenschakeling van straten en pleintjes. Het is juist deze invulling die ervoor zorgt dat iedere buurt straks z’n eigen identiteit en sfeer krijgt. Met de realisering van het totale Rijnboogproject is ongeveer één miljard euro gemoeid. De uitvoering wordt over een periode van twintig jaar uitgesmeerd. Momenteel wordt er aan de uitwerking van de verschillende deelplannen gewerkt. Vervolgens vinden er nog een bestemmingsplanprocedure en voor de haven een vrijwillige milieueffectrapportage plaats. De verwachting is dat binnen twee á drie jaar met de uitvoering kan worden begonnen. |
Thema: Proces, Binnenstedelijke herontwikkeling
Uit NAW #22 - najaar 2006 - pagina 28-32
Auteur Hans Ouwekerk
Beeld Peter van Breukelen

Rijnboog moet ervoor gaan zorgen dat Arnhem ook in de toekomst een stad is waar het prettig is om te wonen, te werken en te recreëren. De ambitie van deze grote herstructuringsopgave is het zuidelijk deel van de binnenstad, tussen Rijn en station, te verbinden met de bestaan de binnenstad. In het plangebied van 40 hectare is ruimte voor circa 1.200 nieuwe woningen en een groot aantal vierkante meters kantoren en detailhandel.
In de eerste fase worden er 516 woningen gerealiseerd, 25.000 vierkante meter kantoor, 15.000 vierkante meter detailhandel inclusief horeca, 23.000 vierkante meter cultuur (onder andere bibliotheek, museum, theater en bioscoop) en 7.000 vierkante meter voor overige functies.