Bevrijd ons van het kostbare, vreugdeloze en tijdrovende figuurzagen bij ruimtelijke projecten. Geef creativiteit de ruimte, investeer in de dialoog met de bevolking en laat de politiek de belangen afwegen. Directeur Nieuwe Markten bij Bouwfonds Ontwikkeling en praktijk hoogleraar gebiedsontwikkeling verbonden aan de TU Delft Friso de Zeeuw en gedeputeerde van provincie Gelderland Co Verdaas lanceerden het idee voor een nieuwe Wet Gebiedsontwikkeling en Milieu, tijdens het symposium 'Gebiedsontwikkeling: geen zaak van de elite', waaraan ook Z.K.H. de Prins van Oranje een bijdrage leverde.
(Co Verdaas, Friso de Zeeuw en de dagvoorzitter Hans de Jonge, fotografie: Dick Brouwers Fotografie in Anrhem)
Wat is het probleem?
Gebiedsontwikkeling en grote projecten kosten veel tijd en geld. Waar het om de kunst van het creëren zou moeten gaan, lijkt het eerder op vreugdeloos figuurzagen en het minimaliseren van inhoudelijke en procesrisico's. Oorzaak: de complexiteit van tal van Europese, nationale en ook lokale normen en richtlijnen in het domein van milieu en veiligheid. Doordat deelbelangen worden verabsoluteerd is een integrale afweging haast onmogelijk. Juist in een dichtbevolkt land als Nederland leidt dit tot ongehoord hoge kosten voor plannenmakerij, minutieuze onderzoeken en juridische procedures met als resultaat vaak forse vertraging. Uiteindelijk leidt de gegroeide complexiteit tot onvrede.
Een foutloos parcours afleggen is nagenoeg onmogelijk. Dat maakt wantrouwig. Men vraagt zich af ‘wie ons land nog maakt'. Gebiedsontwikkeling verengt zo tot een elitaire vertoning voor ingewijden en specialisten. De doorgeslagen complexiteit is ook te beschouwen als een moreel vraagstuk: hoeveel geld van de belastingbetaler wil je inzetten in onderzoek, advies of transactiekosten? Zijn milieubelangen niet beter af als het geld direct daarin geïnvesteerd wordt?
Het leidt ook tot ‘wij/zij' denken: iedereen blijft in zijn eigen gelijk hangen en cultuurverschillen worden eerder versterkt en uitvergroot in plaats van overbrugd. Onderstaand schema illustreert die verschillende leefwerelden van gebiedsontwikkeling en milieu.
|
|
Milieu |
Gebiedsontwikkeling |
|
Denkwijze |
Defensief / vasthouden dan wel verbeteren |
Offensief / overvragen |
|
Werkwijze |
Monodisciplinair/sectoraal |
Multidisciplinair/integraal |
|
Kwaliteitsdoel |
Maximalisatie een specifieke kwaliteit |
Optimalisatie totaal |
|
Niveau besluitvorming |
Centraal |
Decentraal |
|
Methode doelbereiking |
Formulering toetsbare normen |
Ontwerpen, inpassen en afwegen |
|
Ruimtegebruik |
Functiescheiding en zonering |
Multifunctioneel en intensief |
Tabel 1: cultuurverschillen tussen domeinen van milieu en gebiedsontwikkeling
(bron: Friso de Zeeuw aangevuld door H2Ruimte)
Naar een Wet Gebiedsontwikkeling en Milieu
In het lokale en provinciale bestuur moet de kunst van het creëren weer centraal komen te staan. Belangen moeten worden gewogen, maar wel tegen redelijke kosten en risico's. En natuurlijk in dialoog met de bevolking en in samenspraak met marktpartijen. Het moet weer gaan om het scheppen van gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde.
De adviezen van de commissies Elverding (versnelling aanleg infra) en mevrouw Dekker (vereenvoudiging bouwregelgeving) reiken elementen aan om dit beter mogelijk maken.
De Zeeuw en Verdaas willen echter een meer fundamentele discussie en bijbehorende aanpak. In dat kader lanceren zij het idee van een nieuwe Wet Gebiedsontwikkeling en Milieu. Deze wet moet het mogelijk maken dat de overheid die het ruimtelijk plan aanstuurt, afwijkt van wettelijke milieunormen en natuurdoelen met als doel het bereiken van ruimtelijke kwaliteit. Deze wet komt in de plaats van de Interimwet Stad en Milieu die een aanmerkelijk beperkter reikwijdte heeft.
Het vertrekpunt is dat de politiek de belangen weegt, keuzes maakt en zich verantwoordt naar de bevolking. Afhankelijk van de omvang van de gebiedsontwikkeling kan dit dus de gemeenteraad, provinciale staten of zelfs de Tweede Kamer zijn.
De Zeeuw en Verdaas maken een koppeling met de nieuwe Wet op de Ruimtelijke Ordening. De beoogde gebiedsontwikkeling wordt vastgelegd in een structuurvisie waarbij kan worden aangegeven dat gebruik zal worden gemaakt van de Wet Gebiedsontwikkeling en Milieu. Met de democratisch gelegitimeerde structuurvisie als basis kunnen gemeenten in het bestemmingsplan of projectbesluit aangepaste normen vastleggen, opdat de rechtszekerheid niet geschaad wordt.
Door het afwijken van normen mogelijk te maken, kan in de democratische politieke besluitvorming gekozen worden voor optimale gebiedskwaliteit en hoeft grotere ontwikkeling niet te frustreren. Het vergt uiteraard vertrouwen in het democratisch proces en de samenleving. Maar dat is ook precies het probleem met het huidige stelsel, dat vooral is gebaseerd op wantrouwen.
(Toespraak Z.K.H. De Prins van Oranje)
Europa heeft een gewillig oor
Uit gesprekken met diverse Europarlementariërs, leden van het Comité van de Regio's en ambtenaren van de Europese Commissie blijkt dat de ontvankelijkheid in Brussel voor een dergelijke aanpak groeit. Naar onze opvatting zou het kabinet het idee dan ook moeten omarmen en verder uitwerken. Met een directe lijn naar Brussel. Laat de Wet Gebiedsontwikkeling en Milieu symbool worden voor het streven van de politiek om zelf weer verantwoordelijkheid te nemen voor het wegen van belangen in een stelsel van wet- en regelgeving dat is gebaseerd op vertrouwen in eigen kunnen en vertrouwen in de samenleving. Het zal de kwaliteit van ons land ten goede komen.
Download Toespraak Z.K.H. De Prins van Oranje (bron: website provincie Gelderland) (33.7 KB)
