Een verlaten bedrijfsgebouw vormt maar al te vaak een obstakel in de stedelijke omgeving. Maar de laatste jaren krijgen monumentale bedrijfscomplexen steeds vaker een nieuwe, culturele functie en brengen ze juist levendigheid en diversiteit terug in de stad. Dat lukt alleen als er rekening wordt gehouden met de ziel van het gebouw. In dit artikel vier inspirerende voorbeelden.
ENCI-project in Maastricht

De verhalen zijn terug
Het was een fabriekshal uit 1927 waar cement werd verpakt en jutezakken werden genaaid. Drie hoge, ruime verdiepingen vol logge fluxen (machines die zakken met cement vullen), naaimachines en dikke pijpleidingen. De machines bleven staan; ze vormen de ‘jas van het productieproces’ en maken het gebouw herkenbaar.
De geschiedenis wordt verteld door de achtergelaten zakken cement, de elevatoren, de fluxen
Nu huizen er creatieven: vormgevers, architecten, ICT’ers, kunstenaars. Theater ’t Vrijthof geeft in het verpakkingsgebouw iedere week een dansvoorstelling. Er wordt alleen nog gezocht naar een horeca-uitbater met gevoel voor cultuur, om een restaurant op de benedenverdieping te runnen. Het combineren van economie en cultuur is een nieuw speerpunt van beleid van de gemeente Maastricht.
De gemeente zoekt oude gebouwen waar ruimte is voor zowel werkgelegenheid als cultuur. Dit gebeurde hier al eerder. Al in de jaren tachtig streken kunstenaars en krakers neer in verlaten industriële gebouwen.
Industrieterreinen werden hip. Nu is het een niet weg te denken onderdeel van gemeentelijke gebiedsontwikkeling. Voor de nieuwe bewoners is de sfeer de meerwaarde van het gebouw. Deze fabriekshal was nooit een toegankelijk complex, zoals een huis of een school. Je mocht er niet zijn. Binnen de muren speelden zich onzichtbare dingen af. Die geschiedenis wordt verteld door de achtergelaten zakken cement, de elevatoren, de fluxen. Er huizen veel verhalen in dit gebouw. Ze echoën in het Maasdal.
Luxor Theater in Arnhem

Overgedragen aan de nieuwe generatie
De geesten van illustere acteurs als Marlene Dietrich, Harold Lloyd en Fritz Lang waren nog rond in dit theater, dat in 1915 in sierlijke art-decostijl werd opgetrokken. Behalve voor zwart-witfilms kwam het publiek naar Luxor voor het variététheater, een mix van muziek, cabaret en magie.
Nu staat Luxor bekend als de mooiste poptempel van Nederland. Het in april 2008 opgeleverde theater was bij uitstek geschikt om tot poppodium te worden omgetoverd. Dit komt vooral door de techniek die de toenmalige architect, Willem Diehl, destijds had toegepast en die voor deze tijd nog steeds modern aandoet.
De buren mogen niets horen, de brandweer moet in seconden binnen kunnen zijn, maar er mag geen pilaartje sneuvelen
Zo was het gewelfde plafond gevuld met 400 dimbare lampjes, die elk in een afzonderlijke cassette zaten. De cassettes zijn gerestaureerd en hierop zijn moderne, door computers aangestuurde led-lampjes met nieuwe bedrading aangesloten.
Ook het beluchtingssysteem was voor die tijd modern. Begin twintigste eeuw rookte het publiek nog tijdens de voorstellingen en ook toen al wilden andere bezoekers daar geen last van hebben. Architectenbureau Fritz, dat de verbouwing leidde, kon bij het aanleggen van het moderne systeem profiteren van de oplossingen van Diehl en ging daarop door.
Wat wel een enorme uitdaging voor Fritz bleek: de strenge milieuwetgeving van deze tijd, de gevoeligheden rond het verbouwen van een monument en de gedetailleerde eisen van veel, heel veel partijen, die bij een project als een poppodium zijn betrokken.
De buren mogen niets horen, de brandweer moet in seconden binnen kunnen zijn en tegelijkertijd moet het geluid van de livemuziek perfect klinken en mag er geen oud pilaartje of frescootje sneuvelen. Ga er maar aan staan. Het is gelukt. Het prachtige, oude theater, ooit gebouwd om zoveel mogelijk mensen zorgeloos en comfortabel van cultuur te laten genieten, is overgedragen aan de nieuwe generatie. Luxor doet weer mee.
Lloyd Hotel in Amsterdam

Vrijheid in de gevangenis
Slapen in een bed dat alleen bereikbaar is via een lange, roodgeverfde trap. Of in een langgerekt, achtpersoonsledikant. Douchen in een uitklapbare badkamer of in een badkuip die midden in je hotelkamer staat.
In het Lloyd Hotel hebben kunstenaars de kamers ingericht en dat leidde tot originele maar ook comfortabele resultaten. Overnachten in een bedstee of een geluiddichte kamer is ook heerlijk voor gasten die gewoon lekker willen slapen.
Van vertrekpunt voor landverhuizers tot spannende overnachtings- plek voor toeristen
In 1921 werd het Lloyd Hotel gebouwd als overnachtingsstop voor landverhuizers. Dat waren emigranten uit Oost-Europa die in Amsterdam de boot naar Zuid-Amerika pakten. Eerst moesten ze zich van hun luizen ontdoen in het Ontsmettingsgebouw, dat nog steeds naast het Lloyd staat, inclusief originele gevel van blauwe tegeltjes en rode sierlijke jugendstilletters.
Via een onderaardse gang kwamen de reizigers in het Lloyd Hotel aan. De volgende ochtend namen ze de stoomboot vanaf de Oostelijke Handelskade aan het IJ, tegenover het hotel.
In de jaren daarna werd het Lloyd Hotel jarenlang gebruikt als gevangenis en rijksinrichting voor criminele jongeren. Vanaf 1989 gebruikten kunstenaars het hotel tien jaar lang als werkruimte. En in 2004 werd het Lloyd, helemaal verbouwd, opnieuw als hotel geopend.
Omdat het gebouw lange tijd functioneerde als gevangenis, kozen de architecten er juist voor geen enkele afgesloten ruimte te creëren, de ruimtes groot en grenzeloos en het plafond hoog te maken. Ieder die in het hotel verblijft, moet makkelijk kunnen ontsnappen.
Een ‘Culturele Ambassade’ bedient gasten die in aanraking willen komen met culturele evenementen in Amsterdam. Het hotel zelf is ook een podium van culturele activiteit: er zijn bijvoorbeeld tentoonstellingen te bewonderen. Overnachten in een van de een- tot vijfsterrenkamers is al een culturele bezigheid op zich.
Thema: Binnenstedelijke functieverandering, Programma, Ontwerp
Uit NAW #28 - Juni 2008 - pagina 36-43
Auteur Carine Damen
Beeld Agnes Kappert