Nu de krimp in een aantal regio’s duidelijk doorzet en de druk op de woningmarkt in stedelijke agglomeraties toeneemt, groeit ook de spanning tussen collectieve en individuele belangen. De hoogste tijd om die discussie te voeren, stelt Friso de Zeeuw, directeur Nieuwe Markten van Bouwfonds Ontwikkeling.
Wonen is een van de menselijke basisbehoeften en van groot belang voor ons welzijn. Ook in geld uitgedrukt is wonen een belangrijk goed. Het is de grootste uitgavenpost voor de consument. Toch wordt het voor steeds meer mensen moeilijk om te wonen waar en hoe ze dat het liefst zouden willen. De overheid doet - terecht - moeite om groene gebieden te beschermen en verrommeling waar mogelijk tegen te gaan. De woonvoorkeuren van de consument dreigen daarbij echter in de verdrukking te komen. Al te snel wordt, zowel door de overheid als door marktpartijen gekozen voor ruimtebesparende oplossingen: stedelijke appartementen en het stapelen van woningen.
Toch verdient de vraag hoe mensen willen wonen, alle aandacht, zowel van de de overheid als van de markt. Ze behoren woonwensen waar mogelijk te respecteren en te faciliteren, tenzij publieke of maatschappelijke belangen zwaarder wegen. En de voorkeur van de consumenten gaat, hoe je het ook wendt of keert, in de meeste gevallen uit naar een grondgebonden woning in de stad of in een semistedelijke omgeving.Ook in de landen om ons heen is dit patroon waarneembaar: ook daar willen mensen wonen in gebieden met aantrekkelijke mogelijkheden voor opleiding, werk en recreatie. Ontbreken deze, dan trekken ze weg, vaak naar metropolitane gebieden. De overheid kan weinig anders doen dan deze metropoolvorming faciliteren en waar mogelijk bijsturen. Dat laatste lukt alleen als men goede argumenten heeft en een doortastend beleid.
De spanning tussen maatschappelijke belangen en begrijpelijke woonwensen komt tot uiting in het Groene Hart. Het rijk voert er al decennialang een restrictief bouwbeleid, in de hoop zoveel mogelijk van het groen te sparen. Maar het beleid is slechts half gelukt. Weliswaar zou het Groene hart zonder deze beperkingen zijn dichtgeslibd met halfstedelijke bebouwing zonder kern, maar toch had het rijk hier doortastender moeten optreden, bebouwing moeten voorkomen en moeten investeren in versterken en toegankelijk maken van het groen. Hier hebben dus de woonwensen te vaak de doorslag gegevens.
Aaibare materialen
Maar tegelijkertijd zien we dat de woonwensen van consumenten al sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw onnodig beperkt worden. Veel lokale bestuurders, maar ook marktpar tijen, zijn er heilig van overtuigd dat de consument vraagt naar appartementen. Terwijl woningmarktonderzoeken onomstotelijk aantonen dat de gemiddelde consument liever in een grondgebonden woning woont. Een hardnekkige mismatch. En er zijn meer woonwensen die worden genegeerd. Zoals de wens van de consument om 'wooncarrière' te maken binnen de eigen buurt. Een hang naar herkenbaarheid en gezelligheid, een voorliefde voor zachte en 'aaibare' materialen, zoals baksteen en hout, (het gevoel van) veiligheid, ruimte voor parkeren en essentiële voorzieningen in de buurt. Allemaal elementen die markt en overheid als richtsnoer voor de ontwikkeling van woning en woonomgeving moeten gebruiken. Je zou het kunnen samenvatten met: respect voor het alledaagse.Overheid en markt zullen, zeker bij de huidige stand van de woningmarkt, de woonvoorkeuren van consumenten moeten vertalen in de gebiedsontwikkeling. Belangrijke vragen kunnen worden beantwoord aan de hand van deugdelijke consumentenonderzoeken. Ook kunnen we veel leren van ervaringen die zijn opgedaan in al gerealiseerde buurten.
Open discussie
![]() |
| Friso de Zeeuw, directeur Nieuwe Markten |
De discussie over individuele woonwensen en de spanningen die dat met zich meebrengt voor het collectief belang in het ruimtegebruik, moeten we openlijk en volop voeren om te voorkomen dat de overheid met volgende marktpartijen en corporaties bepalen wat goed is voor de mensen. We dienen een balans te vinden tussen individuele en collectieve belangen. Leidend begrip hiervoor is 'kwaliteit', dat op zijn beurt uit drie elementen bestaat: de gebruikswaarde, de belevingswaarden en de toekomstwaarde van woonruimte in een gebied. Daar waar we de mensen in hun woonwensen tegemoet kunnen komen, moeten we dat op een vlotte en royale manier doen. Zonder ongefundeerd paternalisme, onnodige regels en met serieuze aandacht voor het 'alledaagse'. Tegelijkertijd hebben we een doortastende overheid nodig die selectief begeleidt, faciliteert en waar nodig ingrijpt in het ruimtegebruik met een deugdelijke onderbouwing en doeltreffende maatregelen. De juiste balans hebben we nog niet gevonden. Er valt nog een wereld te winnen zonder dat we onze publieke waarden hoeven op te geven.
Het volledige artikel is te lezen in het archief van het Kenniscentrum D'66, in Idee nr. 4: http://www.d66.nl/kennis/document/idee_4_2009/f=/vi92i6q2g2fu.pdf
