Flora en fauna – lees parken, bossen, plantsoenen, speelveldjes en allerhande stadsbeesten – spelen een belangrijke rol in steden. Groen is gezond, het is nodig voor recreatie en het heeft zeker ook een economische waarde. Beesten in de stad zijn daarnaast gewoon leuk om te zien. Welke plek hebben flora en fauna in de stad? En wie betaalt het?


Uit verschillende onderzoeken blijkt dat groen een belangrijke plek inneemt in steden. Uit de jaarlijkse VROM enquête over wonen komt de aanwezigheid van groen in de directe woonomgeving als belangrijkste vestigingsfactor naar voren. Nog boven een betaalbare woning. Stedelingen gebruiken groen om tot rust te komen, maar ook om mensen te ontmoeten en actief bezig te zijn.

Groen heeft daarnaast een belangrijke reinigende functie in een stad. Bomen absorberen fijn stof, maken de lucht schoon en verminderen het effect van CO2 uitstoot, wat weer een positief effect heeft op de gezondheid. Ook bedrijven geven aan groen een belangrijke vestigingsfactor te vinden. De economische waarde van groen is ten slotte ook niet te onderschatten. In de groenste wijken zijn de prijzen van de woningen hoger.

We zijn niet alleen

Flora en fauna zijn continu in ontwikkeling. De laatste tien jaar zijn er in Amsterdam 25 nieuwe soorten wilde planten bijgekomen. Van boerenwormkruid, steenanjer tot wilde marjolein. De stijgende temperatuur in ons land is daar een oorzaak van. Ook de ontwikkeling van de fauna in de stad staat niet stil. Honden, katten, duiven en muizen zijn nog maar het begin.

‘We zijn niet alleen. Op al onze stappen wordt gelet. Van alle kanten worden wij begluurd. Duizenden ogen staren ons aan, duizenden oren worden gespitst als wij naderbij komen, neuzen gaan de lucht in om onze geur op te snuiven. Ze bekijken ons vanaf boomtakken, vanuit afvoerputten en goten of vanachter vuilnishopen. Ze dringen onze huizen binnen, onze keukens, onze toiletpotten. Zelfs in de slaapkamer zijn wij niet alleen, nooit. Overal in de stad zijn dieren en dat is altijd zo geweest.

‘De economische waarde van groen is niet te onderschatten’

’ Zo opent het boek ‘Stadse Beesten’ van Remco Daalder. Hij is stadsecoloog bij de dienst Ruimtelijke Ordening van de gemeente Amsterdam en schreef in zijn vrije tijd een boek over de beesten in zijn stad.

Onlosmakelijk verbonden

Het is onmogelijk om in de stad rond te lopen zonder dieren te zien. ‘Amsterdam bijvoorbeeld, is een rijk natuurgebied zou je kunnen zeggen. Binnen de stadsgrenzen zijn 34 soorten zoogdieren, 66 soorten vissen, 152 soorten broedvogels en 36 soorten vlinders gevonden. Artis niet meegerekend’, vertelt Daalder.

‘Beesten zijn onlosmakelijk verbonden met de stad. Bij het prille begin lag Amsterdam als kleine nederzetting in een moeras dat wemelde van de dieren. De stad werd steeds meer van steen, de dieren groeiden mee. Amsterdam is natuurlijk een handelsstad. Op de vele reizen die in de afgelopen eeuwen van en naar de stad zijn gemaakt, zijn beesten meegereisd. Als groupies volgden ze ons. Ook dieren die we eigenlijk niet zo leuk vinden. Kakkerlakken bijvoorbeeld en de bruine rat;de Siberiër die een Amsterdammer werd. Net als wij is hij gek op de Amsterdamse grachten.

Maar ook dieren die we wel graag zien, zoals de fazant uit China of de huismus. Dit lijkt nu echt zo’n typisch Hollands vogeltje, maar ook die hebben we meegenomen uit Azië. Ook onder water kom je hoogst merkwaardige dieren tegen. Je kunt in je vingers gebeten worden door de Chinese wolhandkrab. Een bijzonder exemplaar dat goed gedijt in onze grachten. Beesten beschouwen de stad niet als onnatuurlijk.

Zo huist er in Amsterdam-Noord een aantal spechten die verkeersborden gebruiken om tegenaan te tikken. In bossen doen ze dit op bomen, maar bij gebrek daaraan is een verkeersbord net zo effectief. Het gaat de mannetjesspecht namelijk om zoveel mogelijk te imponeren door lawaai te maken. Nou, dat lukt op verkeersborden prima.’

Verbindingen zijn essentieel

Het behouden en ontwikkelen van groene gebieden met hun beesten staat ook bij de gemeente Den Haag hoog op de agenda. Den Haag heeft recent het nieuwe beleidsplan ‘Groen kleurt de stad’ vastgesteld. In het kort komt het erop neer dat de stad zich uitspreekt voor de toekomst van groen. Ans Hendrikse is ecoloog bij de gemeente Den Haag en licht toe:

‘Er is een Stedelijke Groene Hoofdstructuur aangewezen. Dit netwerk van groengebieden en verbindingen loopt dwars door de stad en haar directe omgeving. Uitgangspunt is dat er een netwerk blijft. En dat dit zo wordt (her)ingericht dat het Haagse groen zo divers mogelijk benut kan worden. Door de Hagenaars om te recreëren of tot rust te komen.’ Tegelijkertijd zijn het natuurzones waar flora en fauna zich optimaal kunnen ontwikkelen. ‘In Den Haag zijn we ons er zeer van bewust hoe belangrijk groen is voor de stad’, licht Hendrikse toe.

‘De Haagse nieuwbouw zit goed in het groen. Kijk maar naar Wateringse Veld. Daar is groen heel duidelijk aanwezig. Evenals water is het een integraal onderdeel van de inrichting van de openbare ruimte. De Stedelijke Groene Hoofdstructuur wordt ook in deze nieuwe wijken doorgevoerd. Dit is essentieel want verbindingen tussen groene gebieden onderling zorgen ervoor dat de natuur een kans krijgt zich te blijven ontwikkelen.

Een geïsoleerde populatie gaat over het algemeen geen goede toekomst tegemoet. Vleermuizen bijvoorbeeld, vliegen van boom naar boom op zoek naar voedsel. Als er in een gebied onvoldoende bomen zijn, vliegen ze niet verder. De kans op het vinden van goed voedsel wordt daarmee voor de vleermuis verkleind. De groenstructuur is van wezenlijk belang voor deze dynamische stad.’

Bescherming

De dynamiek van verschillende ruimteclaims maakt dat regels nodig zijn met betrekking tot flora en fauna. Daarvoor is een aantal wetten en richtlijnen opgesteld, zoals de Vogelrichtlijn of de Habitatrichtlijn. De bekendste is de Flora- en Faunawet. Deze wet schrijft voor hoe om te gaan met beschermde planten- en diersoorten. Hendrikse is tevreden met deze wet. ‘Het is gewoon bittere noodzaak om die unieke soorten die worden bedreigd te beschermen.’ Daalder is wat sceptischer. ‘Natuurlijk, ik ben er ook een voorstander van om dieren en planten waar nodig te beschermen.

‘De Flora- en Faunawet biedt teveel misbruik- mogelijkheden’

Deze wet is in de basis bedoeld voor het in stand houden van populaties. De wet biedt helaas teveel mogelijkheden voor misbruik. Individuen die hun volkstuin willen behouden, of geen nieuwbouw naast hun woning willen, kunnen met de Flora- en Faunawet in hun hand voor lange vertragingen zorgen. Omdat er ergens een rugstreeppad gezien zou zijn, loopt vervolgens de ontwikkeling van een nieuw gebied spaak. En toon dan maar eens aan dat een soort er niet is. Dit heeft grote gevolgen voor de ontwikkeling van de stad in z’n totaliteit. Recent is de wet aangepast en daarmee is al een deel opgelost.

Het ontwikkelen van speciale gebieden, reservaten als het ware, voor bepaalde beschermde dieren zou een mogelijke oplossing kunnen zijn. Creëer in de buurt van de stad een zanderig terrein waar die rugstreeppad zich thuis voelt. Exemplaren die elders voorkomen, kunnen daar dan naartoe worden verplaatst. Zorg dat ze niet meer naar die bouwterreinen toetrekken, en de ontwikkeling van de stad doorgezet kan worden.’

Wie betaalt?

Groen is mooi en belangrijk voor een stad, maar het levert geen direct geld op. Hoe wordt groen in steden gefinancierd? Het rijk heeft in de Nota Ruimte juist ook voor groene ontwikkelingen de verantwoordelijkheid gegeven aan provincies en gemeenten. Het rijk geeft niet alleen de regierol uit handen, ook financieel zijn de lagere overheden verantwoordelijk.

Er is op rijksniveau alleen budget om de Ecologische Hoofdstructuur aan te leggen. Gertine van der Vliet van het Nationaal Groenfonds vertelt over het financieren van groene projecten. Het Groenfonds is in 1994 opgericht door rijk en provincies, om overheidsgelden beter in te zetten en nieuwe financieringsbronnen te creëren. Bouwfonds Fondsenbeheer faciliteert het Groenfonds. Van der Vliet: ‘Hoe we dit doen? Door overheids geld te koppelen aan bancair geld. We werken op het snijvlak van publiek en privaat. Wij betrekken gelden van bancaire groenfondsen om grondaankopen te financieren.

De overheid betaalt veelal de rente en aflossing. Doel is natuurprojecten in landelijk gebied te financieren. En ja, we werken ook in stedelijke omgeving. Zo hebben we een aantal jaren geleden in Groningen het Noorderplantsoen – een groene schil van ruim 20 hectare om de stad – opgeknapt.

‘De verstedelijking biedt ook kansen voor groen’

En we financieren bijvoorbeeld ecologische golfbanen. Met Boscertificaten stimuleert het Groenfonds bosaanleg om steden. Met een bijdrage vanuit de Boscertificaten verzilveren grondeigenaren de CO2-vastlegging in nieuw bos. CO2-uitstoot is een van de belangrijkste oorzaken van de opwarming van de aarde. Nieuw bos legt een deel van deze CO2 weer vast. Bedrijven kunnen deze certificaten vervolgens kopen ter compensatie van hun CO2-uitstoot, met dit geld kan het Groenfonds weer nieuwe bosaanleg stimuleren.

’ Het thema van het jaarverslag van het Groenfonds was ‘groen in en om de stad’. ‘Dit is een belangrijk thema’, licht Van der Vliet toe. ‘De steden zijn aan zet in het licht van de Nota Ruimte. En ‘wie betaalt?’ is inderdaad een veel gestelde vraag. De tijd is voorbij dat groen een sluitpost was van de begroting bij gebiedsontwikkelingen. Maar het vergt wel een andere manier van denken. Burgers voelen zich steeds meer betrokken bij groene ontwikkelingen.

Zij zijn ook een partner als het gaat om meebetalen. Steeds vaker worden initiatieven voor stedelijke of regionale landschapsfondsen opgericht. Kort gezegd komt het erop neer dat overheden samen met bedrijven, boeren, burgers het groen in de omgeving beheren, en ook samen betalen. Dit werkt vaak goed, ook omdat het resultaat direct zichtbaar is. Je ziet waarvoor je het doet.’

De lucht in

Flora en fauna is altijd in ontwikkeling, zeker ook in steden. De stad is dynamisch met veel gebruikers en functies. De Nota Ruimte schrijft voor dat 40 procent van de nieuwbouwontwikkeling binnen de bebouwde kom plaats moet vinden. De verstedelijkingsdruk wordt steeds groter. ‘Het klinkt tegenstrijdig’ reageert Van der Vliet. ‘Maar de verstedelijking biedt kansen voor groen. De krachten achter de verstedelijking zouden aangesproken moeten worden om privaat kapitaal aan te spreken. Ofwel: rood voor groen.

’ Wat brengt de toekomst nog meer? Hendrikse: ‘Ik verwacht dat belevingswaarde een grotere rol gaat spelen. Hiervoor moet groen in steden nog toegankelijker worden gemaakt.’ Daalder zet in op het natuurlijker aanzien van groen. ‘In het Amsterdamse Bos bijvoorbeeld is deze lijn al ingezet. Niet meer zo veel cultiveren, maar meer de lijn inzetten van laat het maar gebeuren, laat die omgevallen boom maar liggen. Met als resultaat iets wildere natuur.

Een wens waarvan ik hoop dat het een trend wordt is het groener inrichten van daken. Hiervoor is durf nodig. En dan denk ik niet alleen aan dakterrassen, maar ook aan openbare parken of volkstuinen. Waarom niet? Het zou interessant zijn als groen in de stad zich ook de lucht in ontwikkelt.’


Landschap als drager en decor


‘Stedenbouw in evenwicht met het landschap. Bij het begin van een nieuwbouwopgave moet het landschap altijd in balans worden gebracht met het gewenste bouwkundige volume. De situatie ter plekke – het bestaande landschap – staat dan centraal.’ Aan het woord is landschapsarchitect Paul van Beek. Hij is onder andere betrokken bij de ontwikkeling van Haverleij in ’s-Hertogenbosch. Haverleij bestaat uit negen kastelen en het Slot Haverleij in een zeer landschappelijke setting.

Van Beek merkt als landschapsarchitect dat zijn vak een steeds belangrijkere plek in het ruimtelijke ontwikkelingsproces inneemt. ‘Dit verbaast mij niet. Landschap is heel duidelijk een essentiële partner voor stedenbouw. Landschap als drager voor de plannen voedt de stedenbouw namelijk met nieuwe energie en dit leidt weer tot nieuwe concepten en vernieuwende architectuur.

De krachten van het landschap en doorvertalen in de stedenbouwkundige plannen, dat staat in mijn visie centraal. De grootste successen in Nederland zijn ook volgens dit principe ontwikkeld. Denk aan Brandevoort, Leidsche Rijn, Borneo Sporenburg maar ook Haverleij.’

Elkaar gevonden

Vanaf het begin is Van Beek op verzoek van en in nauwe samenwerking met architect Sjoerd Soeters bij de ontwikkeling van Haverleij betrokken. Van Beek: ‘Soeters was al van start gegaan en we hebben samen een pas op de plaats gemaakt door de bestaande landschappelijke situatie centraal te stellen. Natuurlijk, de globale opgave was duidelijk, we moesten op 180 hectare 1000 woningen, 100 hectare bos en een golfbaan van 60 hectare een plek geven.

Met deze opgave in het achterhoofd zijn we ter plekke gaan kijken en hebben het landschap voor zichzelf laten spreken. Wat kenmerkt dit landschap en hoe wordt het een krachtige drager? Wat is er aan water en natuur te vinden? We hebben toen bepaald dat het bestaande landschappelijke systeem grondig gerenoveerd zou worden. En dat het nieuwe landschap drager zou zijn van de stedenbouwkundige plannen.

Alle woningen staan inmiddels dan ook echt in het groen. Zo komen ‘gewone’ straten in Haverleij niet voor. Landschap en architectuur hebben elkaar gevonden. We hebben dan ook pas later, met de voorstellen voor het vernieuwde landschap in de hand, met de betrokken partijen het programma verder ingevuld.’ De circa duizend woningen en appartementen zijn gegroepeerd in negen kastelen en het Slot Haverleij. Ieder kasteel biedt plaats aan circa 50 tot 90 woningen. In het Slot zijn 450 woningen gebouwd.

De ruimte krijgen

Deze aanpak werkte in Haverleij omdat het ontwerpteam de ruimte kreeg van de gemeente, Heijmans Vastgoed Ontwikkeling en van Bouwfonds MAB Ontwikkeling om het landschap als drager te ontwikkelen. Dit heeft volgens Van Beek alles te maken met vertrouwen. ‘Vanuit Bouwfonds werden we aangestuurd door, de toenmalige regiodirecteur Zuid, Louis Jansma. Hij wilde echt iets nieuws doen en gaf ons die ruimte.

Dit maakte dat wij in het proces vooruit en achterom konden kijken, waardoor we de betekenis van landschap opnieuw konden interpreteren en gebruiken. Als je landschap op orde is – en dat geldt voor Haverleij maar ook voor groen in de stad – krijg je zoveel cadeau. In het geval van Haverleij een nieuwe vitale leefomgeving: drager en decor.’

 

Thema: Groen, Beleid
Uit NAW #18 - najaar 2005 - pagina 27
Auteur Suzanne Witteman
Beeld Uit Stadse Beesten; Don Wijns